Z
I
N


I
N

E
E
N

G
L
I
M
L
A
C
H

 

8ENTACHTIG

KORTE  VERHALEN    PETER  HAITSMA

Hoi, fijn je te zien. Hier vind je mijn korte verhalen. Waargebeurd. Ik hou van het vertellen van verhalen. Zet een lekkere kop koffie of thee, pak een heerlijk koekje erbij en laat je verassen door mijn korte verhalen.

 

Mijn fotoblogs vind je op mijn blogpagina DOEN! Klik daarvoor in het menu op Fotoblogs en selecteer mijn blogpagina. Maar nu eerst mijn korte verhalen. Veel leesplezier. Reacties zijn welkom.

 

Groet Peter 

O V E R B O D I G

Vlug kneep ik in de handremmen. Een paar seconden later stond ik met mijn racefiets tussen de benen op een smalle stoep. Ik kneep met mijn linkeroog. ‘Er zit een vliegje in mijn oog’, zei ik tegen de man in wiens route ik plotseling opdook. 'Het barst momenteel van de vliegen', hoorde ik hem brommend zeggen, en zag hem vervolgens met mijn rechteroog via de straat om me heen lopen. Toen ik even later, zonder vliegje, weer verder fietste moest ik glimlachen om 'het barst hier van de vliegen'. Wat een overbodige logische redenering!

 

Ik ken er nog wel een paar, maar of ik die op het moment van gebeuren wil horen. Zoals een tijdje geleden toen ik tijdens een onverwachtse regenbui drijfnat op mijn racefiets voor een stoplicht stond te wachten. ‘Gelukkig valt de meeste regen naast ons’, hoorde ik een vrouw lacherig tegen mij zeggen. Nou heel leuk hoor mevrouw in doorzichtige gele regenponcho op elektrische fiets.  Zo’n leuke opmerking. Dat ik nu alsnog wel met spoed een contactonderzoek wil laat starten naar diegene die deze overbodige logische redenering heeft bedacht.

 

Tien minuutjes na de vlieg in mijn oog poepte er een vogel op mijn fietshelm. Hoe toevallig? Waren dit voorbodes, waarschuwingen van boven. In plaats van direct in het negatieve te denken van waarom overkomt mij dit nu weer, bleef ik zoals altijd in positieve modus. Vogelpoep brengt geluk. Kijk, weer zo'n overbodige logische redenering, maar met deze kan ik wel wat.

En geluk had ik, want ik droeg mijn helm, zonder die bescherming had die smurrie in mijn haar gezeten. Een vlieg in mijn oog, vogelpoep op mijn helm, wat een barre tocht, en ik was nog maar een uurtje op weg.   

 

Soms lijken overbodige logische redeneringen logisch, maar als je zoals ik vaak door polders en woonwijken heen fiets, weet je dat bijvoorbeeld een redenering zoals - het gras is bij de buren altijd groener - gewoonweg niet klopt. Het gras is overal even groen!

 

Gelukkig hebben we de foto's nog. Ja ja, soms is dat heel prettig. Zeker om fijne herinneringen op te halen en om nog te kunnen zien wat er niet meer is. Maar, er is meestal één maar bij overbodige logische redeneringen, na het fotograferen ben ik vaak uren bezig met het zoeken naar dé foto. Dan denk ik in plaats van gelukkig hebben we de foto’s nog, had ik maar minder foto’s gemaakt! 

 

Zelf ben ik eerlijk gezegd ook niet vies van overbodige logische redeneringen. Ga ik vanaf nu nooit meer uitspreken. Je bent nooit te oud om te leren. 

V O O R B A R I G

Het is zo ver. Na al die jaren is opeens hét moment daar. Ik win vaker dan ik verlies met 1 tegen1 spelletjes. Eerlijk gezegd ben ik niet beter gaan spelen, mijn vaste tegenstander begint foutjes te maken. Mijn opponent ziet het spelbord en/ of de spelkaarten letterlijk niet zo scherp meer als voorheen. Wie mijn tegenstander is?

Dat is mijn achtentachtigjarige moeder, dé onbetwiste spelletjeskoningin van onze familie. Mijn moeder speelt elk spel om te winnen. Slim, doelgericht en eerlijk, maar vooral heel gezellig met thee, koekjes en chocolade. Ze speelt mij en mijn kinderen met allerlei spelletjes al jarenlang van tafel. Ook bij nieuwe spellen waarvan zij de spelregels krijgt uitgelegd tijdens het spelen. Ze is een bescheiden winnaar en als ze toch een keertje verliest kan ze dat als geen ander zonder enige moeite accepteren. 

 

Al zo’n ruim vijftig jaar probeer ik van haar te winnen. En nu is het dan eindelijk zo ver. Ik win regelmatig. Meestal sla ik mijn slag na een foutje van mijn moeder, door haar oogziekte vergist zij zich regelmatig op het spelbord, of ze ziet een schoppenkaart voor een klaverkaart aan. Het lijkt ook wel of ze minder goed dan voorheen strategisch vooruit kan denken. Na een blunder of niet zo slimme zet lacht ze hard en relativeert ze met een kwinkslag. Ze beseft dat ze niet meer zo goed kan spelen als voorheen en accepteert dit in stijl. Met een lach, berusting en een leuk grapje.  

 

Ik was eerst, in al mijn naïveteit, opgetogen over mijn overwinningen totdat echt tot me doordrong dat mijn moeder stapje voor stapje achteruit gaat. Onvermijdelijk en niet fijn. Maar - ik maak even een sprongetje voorwaarts in de tijd - ze begint onverwachts weer beter te spelen. Zaterdagmiddag was ze gezellig op bezoek. Mijn dochter pakt een nieuw bordspel uit de kast en ik hoor mezelf zeggen 'eindelijk hebben we een leuk bordspel in huis waarmee oma zeker niet van ons kan winnen'.  Ik was op dat moment zo zelfverzekerd (en onbedoeld ook zo onbeleefd). We hadden dit nieuwe strategische denkspel al twee keer eerder samen gespeeld en beide keren bakte mijn moeder er niks van. Dertig minuten later kijken mijn dochter en ik elkaar verbaasd aan. Hoe dan? Mijn moeder knikt triomfantelijk naar mij ... 'wat zei je ook alweer Peter aan het begin van het spel?' Ik buig mijn hoofd in mijn handen en in dat verslagen hoofd ben ik stilletjes toch heel blij, she is back, sterker dan ooit te voren. Verliezen voelt soms beter dan winnen.

 

 

KORTE    V  E  R  H  A  L  E  N

verloren : - )

Korte Verhalen - Peter Haitsma

W I N D H U F F E N

Uit het "woordenboek" van mijn dochter

 

Windhuffen (o) - afkoelen op de fiets. Voor snikhete dagen. Als je niet met één hand aan het stuur kan fietsen, stop je even met fietsen. Doe je wijsvinger en middelvinger tegen elkaar aan. Maak ze nat met je tong en strijk de vingers over je voorhoofd. Stap weer op je fiets. Je merkt nu dat je voorhoofd door de fietswind afkoelt.  Als je wel met één hand aan het stuur kan fietsen, zoals pappa, dan hoef je niet te stoppen, maar het is gezelliger als pappa tegelijk stopt met zijn dochter om daarna samen te windhuffen.  

V E R R A S T

Eind jaren zeventig - Opeens kwam ik ‘m tegen in de bakken. Ik twijfelde geen moment en kocht ‘m meteen. Mijn vriend Koos was nog aan het zoeken, mijn zakgeld was op en ik keek voorzichtig om me heen. Wij waren in de platenwinkel No Fun. De punkwinkel van Amsterdam.

 

De muziek schalde hard door de speakers en er hingen indrukwekkende punkrockers boven de platenbakken. Dit was de place to be voor de rebellen van die tijd. Heel spannend voor twee jonge scholieren van buiten de grote stad. Op de terugweg naar het centraal station wilde Koos nog even zijn tante bezoeken. Wij verlieten de drukke winkelstraat van het nu, liepen langs de oude grachten en kwamen na tien minuten aan bij een hofje waar de tijd onbekend is. Het was er rustig en stil, wij waren midden in de stad even uit de stad.

 

Koos belde aan en tot mijn stomme verbazing werd de deur opengedaan door een non. Verrast liep ik achter de non en Koos aan. Was ik in een klooster, is de tante van een van mijn beste vrienden een non? De tante begroette ons heel vriendelijk en bood ons een kopje thee en een koekje aan. Ik hoorde amper waar zij en Koos het over hadden en keek nog steeds verbaasd naar haar en de kerkelijke sfeer om ons heen.

 

Naast mijn stoel lag de net gekochte elpee, een bootleg van the Sex Pistols met hun bekendste nummer Anarchy in the UK, dat begint met de songregel I am an antichrist. De jonge punkers en de oude non, twee totaal verschillende werelden, zo ver uit elkaar en zo dicht bij elkaar. Een geweldige middag, een intense ervaring die ik nooit ben vergeten.    

J A Z Z

Nog steeds geen slotakkoord, met de minuut voel ik me onrustiger worden van het gejengel in mijn oren. Sorry pap, dit trek ik echt niet meer. Ik knijp in de handremmen en ga aan de zijkant van het dijkje staan met mijn racefiets tussen de benen. Ik haal mijn mobiel uit de achterzak van mijn fietsjas, tik op stop en zoek een ander nummer op in de afspeellijst.

Eens in de zoveel jaar probeer ik te luisteren naar de favoriete muziek van mijn vader … dé jazz. Op zestienjarige leeftijd, eind jaren zeventig, vond ik op zolder zijn oude jazzplaten. Mijn vader was toen al acht jaar overleden. Ik probeerde een aantal elpees uit maar kon er helemaal niks mee. Van mijn zakgeld kocht ik new wave, punk, rock, reggae en ska muziek. De oude jazzelpees verdwenen achter in de rij maar bij een verhuizing gingen ze als eerste in de verhuisdoos. Het zijn spaarzame herinneringen aan mijn vader, die helaas maar zesendertigjaar oud mocht worden.

Als ik, op een regenachtige saaie zondag, de elpees van mijn vader door mijn handen laat gaan, zie ik hem in mijn verbeelding rondlopen in de platenwinkel DISCO-HOEK op de Brouwersgracht 139 hoek Willemsstraat aan de rand van de Jordaan. Ik zie hem door de ramen heen aandachtig rondneuzen in de platenbakken. Mijn toekomstige vader vergaapt zich aan de mooie artistieke  platenhoezen uit die tijd, speurt daarop naar zijn favoriete jazzmuzikanten en pikt er dan een elpee, net zoals ik twintig jaar later talloze keren met veel plezier heb gedaan, op goed geluk uit. Vol verwachting, top of flop.

 

Ik zie hem opgetogen de platenwinkel uitlopen richting de tram. Thuis vlug de jas op de kapstok en de elpee heel voorzichtig op de platenspeler. Dan het moment van de waarheid, valt het tegen of wat gaaf, hij luistert aandachtig en draait de volumeknop omhoog, het ritme pakt hem, het bewegen op de maat gaat langzaam over naar een stoer dansje, weer een draai aan de volumeknop. Ik hoor mijn oma hard roepen, kan het wat zachter Jelle! Hij pakt zijn trompet om een solo mee te spelen. Ik begin mijzelf nu echt te herkennen in mijn vader Jelle, met als enige verschil dat ik speelde op een luchtgitaar. Hij heeft zijn muzikale talent helaas niet aan mij doorgegeven maar aan mijn broer. Ik pak het familiefotoalbum erbij en zie op een vergeelde zwart wit foto mijn vader trompet spelen in een Amsterdams jazzorkest. Volgens mijn moeder was hij nog best goed ook, dat geloof ik graag.   

 

Ik had voor deze ochtend een aantal jazznummers van zijn elpees opgezocht op Spotify en toegevoegd aan mijn afspeellijst. Na vijftien minuten hard fietsen en aandachtig luisteren trok ik het niet meer. Ik werd, ook deze keer, weer zo onrustig van al dat trompet-gejengel. De tijd heeft mijn muzieksmaak helaas niet doen veranderen. Hoe kan het nou toch dat ik zo gek ben op simpele recht toe recht aan muziek en stapelgek word van virtuoze jazzmuziek. Zegt dat soms iets over mij?

Na even scrollen in mijn afspeellijst tik ik op een nummer van de Britse jazz-rap groep Us3. Zij gebruiken veel oude jazz samples, ik herken er een aantal van de elpees van mijn vader. Gek genoeg kan ik hier juist heel goed naar luisteren, sterker nog, ik vind het heerlijke muziek. Strak swingend ritme van drum, bas en trompet. Mijn vader zou dit vast en zeker ook heel mooi hebben gevonden. Ik kom dit natuurlijk nooit te weten, maar er in geloven dat ik samen met mijn vader geniet van deze jazz-rap voelt heel goed.  

B A K B E E S T

‘NEE, dat kan echt niet’, zei mijn moeder boos door de telefoon. ‘Jullie hebben een fout gemaakt.’

‘Maar mevrouw, wij hebben geen fout gemaakt, uw rekening klopt echt wel.’

 

‘Nee, die is drie keer zo hoog als vorig jaar, dus dat klopt zeker niet, dit kan toch niet, wat een kolder, jullie hebben … .’

'Alstublieft mevrouw blijf rustig, laten we samen stap voor stap uw verbruik doornemen.’

‘Nee dat is helemaal niet nodig, jullie zijn niet wijs’

‘Laten we toch maar beneden in uw woning beginnen, heeft u in de keuken iets veranderd, is er nieuwe apparatuur aangeschaft?’

‘NEE, dit heeft geen zin’

‘Heeft u in de woonkamer iets veranderd?’

‘NEE.’

 ‘Dan gaan we naar boven, heeft u soms een elektrische kachel gekocht voor een van de slaapkamers?’

‘NEE.’

 ‘Dan gaan we verder naar de zolder, heeft u misschien een wasdr…’

‘O NEE, wat erg, ik weet het al, mijn zoon heeft vorig jaar een zeeaquarium gekocht voor zijn twee schildpadjes.’

‘Nou mevrouw, dat moet het zijn’, klinkt het opgelucht door de telefoon, ‘hoe groot is het aquarium en hangt er een verwarming in?’

 

Je mag 1 keer raden wat er gebeurde toen ik die middag na schooltijd thuiskwam. Laten we eerst even driekwartjaar terug gaan in de tijd. ‘Mam ik wil graag een aquarium kopen voor mijn twee schildpadjes, het bakje waar ze nu in zwemmen is veel te klein.’ ‘Zou je dat nu wel doen Peter, waar moet dat ding staan.’ ‘Op mijn zolderkamer.’ ‘Nou dat zou ik niet doen als ik jou was, hoe krijg je ‘m naar boven en je moet ‘m dan wel zelf elke week schoonmaken.’ ‘Jaaaa mam, doe ik.’

 

Zeeaquarium te koop - Afmetingen 180 cm x 50 cm x 50 cm - Vraagprijs 75 gulden

 

Dat is niet duur dacht ik en legde de krant terug op tafel. Toen ik bij de verkoper aanbelde stond het aquarium in de gang, het was liefde op het eerste gezicht. De verkoper zag dat ik op fiets was en bood aan om het aquarium, de fiets en mij met zijn busje naar huis te brengen. Na twintig minuten belde ik thuis aan. Mijn moeder deed de voordeur open en keek vervolgens stomverbaasd toe hoe ik samen met een vreemde man, met veel moeite, een zeeaquarium in haar gang neerzette. Ik zag aan haar gezicht dat ze met de minuut bozer en bozer werd en hoorde aan haar stem dat ze zich inhield omdat de verkoper er nog bij was.

Toen ik de verkoper bedankte voor het thuisbrengen en de voordeur achter hem dicht sloeg, kreeg ik direct de wind van voren. Waar zaten mijn hersens, dat idiote grote ding moest onmiddellijk het huis uit. Het bakbeest zou te veel ruimte in beslag nemen van mijn zolderkamer en ook nog eens veel te zwaar zijn voor de houten vloer! Maar ik was eigenwijs en dramde mijn zin door. Met de belofte dat er maar een klein laagje water in kwam te staan ging mijn moeder uiteindelijk met enorme tegenzin toch nog overstag. Naast heel eigenwijs was ik als achttienjarige ook heel erg sterk. Vandaag de dag zou ik al moeite hebben met het naar boven tillen van een goudvissenkom.  Maar toen durfde ik alles, en met mijn lengte van 193 cm was ik toch 13 cm langer dan het zeeaquarium. Ik schroefde alle trapleuningen van de muren af en met wat hulp van mijn vier jaar jongere broertje duwde ik het zeeaquarium, met al mijn kracht, tree voor tree naar zolder.

 

Het zeeaquarium werd, met een watertemperatuur van 21 graden, een tropisch paradijs voor de twee kleine schildpadjes. Wat hebben ze lekker gezwommen in het warme water en heerlijk liggen zonnen, onder een grote warmtelamp, op hun eilandje van keien midden in het aquarium.

 

Zoals je al had geraden kreeg ik toen ik thuiskwam van school weer flink de wind van voren. Orkaankracht 12! De volgende dag liep ik na schooltijd in het plaatselijke tuincentrum naar een grote vijver midden in de winkel. Heel sfeervol met veel groen en lekker warm water, en niet onbelangrijk met een tiental schildpadden. Toen ik me even onbespied waande haalde ik mijn vriendjes voorzichtig uit mijn jaszak en liet ze het water inglijden. Ik bedankte ze geëmotioneerd voor alle gezelligheid en wenste ze alle goeds toe in hun nieuwe thuis. Een paar weken later ben ik ze gaan opzoeken, hoe zou het toch met ze gaan, hebben ze het naar hun zin.  Ik zocht in de groep naar de mijne, maar ik herkende ze niet ... die schilpadden lijken allemaal zo op elkaar. 

Korte Verhalen - Peter Haitsma
Korte Verhalen - Peter Haitsma