Natuurblog!  Arnhemsmeiske

verwondert ... en zoomt met camera en pen in

op natuur & fotografie!  

Mijn naam is Janneke van der Pol en elke week plaats ik hier op zondag een nieuwe blog waarin ik inzoom  op iets moois uit de natuur, voorzien van een foto-tip. Onderaan de blog vind je meer informatie over mij en dit blog. ​

Veel plezier met het lezen van mijn blog.

Janneke van der Pol

 
 

14.  Over muizenstaartjes, rodekool en duivelseieren

Deze paddenstoel geeft een mooi kijkje onder haar hoedje - Janneke van der Pol

Deze paddenstoel groeide op een heuveltje en gaf een mooi kijkje onder haar hoedje.

Paddenstoelen op het menu

 

Ik draai mijn auto de parkeerplaats van landgoed Warnsborn op en zie dat de groep van vanochtend al bijna compleet is. Vorige week ben ik bij de IVN Arnhem (Instituut voor natuureducatie) begonnen met het geven van een vervolgcursus natuurfotografie. Een cursus waarbij we drie lesavonden combineren met twee praktijkochtenden. Ik geniet ontzettend van lesgeven en inspireren en ik heb echt zin in deze eerste excursie. De groep is enthousiast en gezellig, het weer zit mee en het bos puilt uit van de paddenstoelen. Wat een heerlijk begin van het weekend!

 

Een uurtje later zijn we slechts een paar meter van de parkeerplaats verwijderd geraakt. Een stevige wandeling zit er vandaag niet in en is ook nergens voor nodig. Op het menu van vandaag staan namelijk paddenstoelen! Op het foto-menu weliswaar, want we laten ze netjes staan waar ze staan. Als je paddenstoelen fotografeert, hoef je vaak niet ver het bos in. Ze zijn op dit moment overal te vinden en dus is er genoeg gelegenheid voor iedereen om een eigen exemplaar op te zoeken en aan de slag te gaan. Her en der verspreid staan fototassen en liggen of zitten mensen op de grond met een camera voor zich. Wat een rust en wat kan ik hiervan genieten!

“Janneke, kun je even met me meekijken?”

Ik kijk op en zie in de verte iemand zijn hand omhoog steken. Even later zie ik ook de persoon die bij die hand hoort. Verscholen en op zijn knieën zit hij tussen de herfstbladeren in het bos. Zijn camera op een statiefje voor hem en de lens gericht op een dode boomstam. Ongetwijfeld ligt de focus op een klein paddenstoeltje (of meer dan één). Behoedzaam en zo voorzichtig mogelijk loop ik zijn kant op. Ik stap over omgevallen bomen, buk voor laaghangende takken en ontwijk zo goed mogelijk de paddenstoelen die ineens overal lijken op te poppen.

 

Als ik bij hem ben, zie ik dat hij zijn camera gericht heeft op een rodekoolzwammetje.

Deze zwam wordt ook wel amethistzwam genoemd; een paddenstoel met een diep-paarsrode kleur. Prachtig en goed gecamoufleerd tussen alle herfstkleuren. Ik heb hem helaas niet op de foto, dus je zult moeten googlen! 😉  

Het lukt hem niet om de paddenstoel mooi los te laten komen van de achtergrond. Door alle blaadjes in de voor- en achtergrond wordt het geheel wat onrustig. “Eigenlijk zou ik een macro-lens moeten hebben…”. Tja, ik kan niet ontkennen dat een macro-lens en paddenstoelen een geweldige combinatie is.

 

Gelukkig kom je met een goede tele(zoom)lens ook al een heel eind! Ik adviseer hem om flink in te zoomen en te proberen zo dicht mogelijk bij de paddenstoel te komen. En dan ineens… ontstaat er een prachtig beeld op zijn schermpje. Een rodekoolzwam waarbij de lamellen mooi scherp in beeld komen en waarvan de achtergrond mooi zacht is. Deze cursist kan weer even vooruit!

De muizenstaartzwam heeft haar naam niet voor niets gekregen! - Janneke van der Pol

De muizenstaartzwam heeft haar naam niet voor niets gekregen.

Het is toch net een muizenstaartje?

Dit is het gestreept nestzwammetje, een ieniemienie paddenstoel - Janneke van der Pol

“Janneke, een muizenstaartje!”

Ik kan een glimlach niet onderdrukken. Wat is het toch heerlijk om met de mensen van IVN Arnhem op pad te zijn. Het enthousiasme spat ervan af en ik leer elke keer weer bij. Ik had namelijk nog nooit van een muizenstaartje of een rodekoolzwam gehoord. Ook niet van een nestzwammetje, een kluifzwam of een duivelsei trouwens.

 

Ik weet zeker dat ik op het gebied van paddenstoelen nooit uitgeleerd raak. Het is een wereld op zich en ik verval regelmatig van de ene in de andere verbazing. Heb je weleens gezien hoe knalgeel het kleverig koraalzwammetje is en hoe klein het geweizwammetje is? Als ik een kijkje ga nemen bij de muizenstaartzwam, begrijp ik waar de naam vandaan komt! Het muizenstaartje is een zwammetje dat op dennenappels groeit. Als een soort eigenwijs staartje steekt hij boven het dennenappeltje uit. Soms zitten ze alleen en soms met meerdere bij elkaar. Je moet wel heel goed kijken, want ze zijn erg fijn en klein.

Dit is het gestreept nestzwammetje, een ieniemienie paddenstoeltje dat haar sporen als eitjes in een nestje beschermt.

Wood wide web

Wist je dat de paddenstoel zoals wij hem zien en graag op de foto zetten, slechts een stukje van de hele zwam is? Het is het vruchtlichaam van de zwam. Dit vruchtlichaam vormt de sporen, beschermt ze en verspreidt ze als ze rijp zijn. Wat er onder de grond gebeurt is minstens zo interessant. Er groeit een enorm netwerk van schimmeldraden onder onze voeten; het zogenaamde ‘wood wide web’. Dit enorme netwerk zorgt ervoor dat bomen en planten onderling kunnen communiceren, echte netwerkers dus. Daarnaast speelt dit netwerk ook voor vuilnisman (ze ruimen biologisch afval op) en kok (ze zetten dit afval om in voedsel voor de planten en bomen). Dit schimmeldradennetwerk (ook wel mycelium genoemd) is erg kwetsbaar en ligt dicht onder het bladerdek. Wees er als natuurfotograaf dus altijd bewust van dat je voorzichtig omgaat met de omgeving van een paddenstoel bij het maken van die perfecte foto.

 

Als we een uur of twee bezig zijn geweest, ronden we af. Ik heb prachtige beelden op de schermpjes zien verschijnen en ben héél erg benieuwd naar de inzendingen voor de volgende les. De cursisten hebben de opdracht gekregen om hun allermooiste foto naar mij door te sturen met een onderbouwing van hun keuze. En dat betekent kritisch en analytisch kijken naar je eigen foto’s. Ik ben me heel goed bewust van de grote uitdaging waar ik hen voor stel. Want als ík slechts één foto aan dit blog mocht toevoegen, zou de selectie mij ook heel zwaar vallen! Gelukkig hoef ik niet te kiezen en daarom staan bij dit blog een paar foto's die ik na afloop  van de workshop zelf nog even heb gemaakt.

Het geweizwammetje - Janneke van der Pol

Zo klein als het geweizwammetje is - je moet echt goed zoeken - zo mooi is hij!

Het kleverig koraalzwammetje is erg klein, maar als je goed kijkt valt ze wel op door haar felgele kleur!

Het felgele kleverig koraalzwammetje - Janneke van der Pol

Foto-tip

 

Heb je geen macrolens en wil je toch mooie close-ups maken met een zachte achtergrond, zorg dan voor rust en ruimte achter je paddenstoel en zoom lekker in. Door in te zoomen en zo dicht mogelijk scherp te stellen, zorg je ervoor dat de achtergrond minder detaillering krijgt en daardoor rustiger in de foto aanwezig is.

 

En misschien een voor de hand liggende tip, maar wel een heel belangrijke: neem je tijd! Neem je tijd om rust te vinden in het bos. Neem je tijd voor het zoeken naar mooie paddenstoelen. Neem je tijd voor het vinden van een paddenstoel die een beetje vrij staat. Neem je tijd voor het bepalen van een goede compositie en invalshoek. Je kunt later altijd nog een stukje bijsnijden, maar als je de paddenstoel te krap tegen de rand van de foto aan plaatst, dan kun je daar achteraf geen extra ruimte meer creëren (of je moet heel handig met photoshop zijn natuurlijk. 😉)

 

Wil je nog meer foto-tips? Breng dan zeker ook even een bezoekje aan mijn website! En vind je het leuk om een keer mee te gaan met één van mijn workshops? Laat dan een berichtje achter via info@arnhemsmeiske.nl. Zodra er nieuwe workshopdata bekend zijn, ontvang je een berichtje van me.

 
Over sprinkhanen en krekels - Janneke van der Pol

13.  Over sprinkhanen en krekels

 

Sinds een paar maanden geef ik basisworkshops in natuurfotografie. Dat is erg leuk om te doen en ik kom altijd enthousiast weer thuis. Tijdens mijn workshops blijft mijn camera meestal in mijn rugzak, omdat ik alle aandacht voor de deelnemers wil hebben en niet zelf in de verleiding wil komen om te gaan fotograferen. Dat is soms best lastig, zeker als mijn cursisten de ene na de andere mooie insecten-ontdekking doen… een knalgeel spinnetje bij de klaprozen, een prachtig rupsje of een mooie fotogenieke libelle. Gelukkig kan ik ook erg van de natuur genieten zónder camera in mijn hand.

 

Een enkele keer ga ik na afloop van de workshop zelf nog even aan de slag. Dat was begin juli het geval. Ik gaf een privé-workshop aan een heel leuk en enthousiast koppeltje en na veel moois gezien te hebben, werden we op de terugweg getrakteerd op een struik vól met sabelsprinkhanen. Ze kropen omhoog langs de takken en verscholen zich tussen de bloemen. Er was er zelfs één die zijn vleugels spreidde en wegvloog. Ik hoop dat hij niet opvloog, omdat hij van ons schrok, maar indrukwekkend was het wel. Wat zijn ze enórm als ze al vliegend voorbij komen!

 

Een uurtje later stond ik vol verwondering voor dezelfde struik. Nu zonder cursisten, maar mét mijn camera. Echt genieten! De zon stond ondertussen echter hoog aan de hemel en het licht was hard. Niet de beste omstandigheden voor mooie foto’s, maar ik kon ze zo wel goed bekijken. Die mooie ogen, de grote achterpoten en de enorme voelsprieten.

Over sprinkhanen en krekels - Janneke van der Pol

Sprinkhanen of krekels?

 

Ik ging er altijd vanuit dat sprinkhanen groen zijn en krekels bruin. Lekker simpel. Zo hield ik ze uit elkaar. Maar nu ik me er wat meer in verdiept heb, weet ik dat het niet zo eenvoudig is. Sprinkhanen en krekels vallen allebei onder een grote insecten-groep; de orthoptera (de rechtvleugeligen). Onder deze orde vallen insecten die vleugels hebben. Alle krekels én de sabelsprinkhaan vallen onder één groep: de ensifera (de langsprietigen). Alle overige sprinkhanen vallen onder de caelifera (de kortsprietigen of échte sprinkhanen). Tot zover het lesje Latijns.

Leuk om te weten dat ze onder een andere groep vallen, maar daar heb ik in het veld natuurlijk niet zoveel aan. Dus wat is het nou hét grote verschil?

  • Krekels kunnen minder ver springen dan sprinkhanen, ze zijn wat platter en hebben kleinere poten. De krekel draagt haar vleugels op de rug, terwijl de sprinkhaan de vleugels aan de zijkant draagt.

  • Krekels zijn vaak wat donkerder van kleur, bruin of zwart. Sprinkhanen zijn meestal groen. Kijk, dan zat ik er met mijn simpele determinatie toch niet echt ver van de waarheid af!

  • Hoewel sprinkhanen en krekels allebei veel geluid kunnen produceren, zijn krekels muzikaler. Ze ‘zingen’ vooral in de avond en kunnen complexe muziekstukken componeren. De sprinkhaan maakt een lager en monotoon geluid en is vooral overdag te horen.

Over sprinkhanen en krekels - Janneke van der Pol
Over sprinkhanen en krekels - Janneke van der Pol

Liefdesliedjes 

 

Terwijl bij de mens een gemiddeld zangkoor vooral uit vrouwen bestaat, is dat bij krekels en sprinkhanen heel anders geregeld. De mannetjes zingen het hoogste lied en de vrouwtjes houden wijselijk hun mond. Dat ‘zingen’ ofwel tjirpen doen ze door hun vleugels snel over elkaar te wrijven (striduleren). Als een vrouwtje echt geroerd is door het liefdeslied van het mannetje, kruipt ze naar hem toe en vind de romantiek plaats. Of iets wat daar op lijkt in ieder geval… Het vrouwtje heeft aan haar achterlijf een soort sabel. Hiermee kan ze niet steken, maar ze legt er wel haar eitjes mee. Het is een legboor. De eitjes legt ze meestal in de grond, waar ze overwinteren. In het voorjaar komen ze uit en kruipen de larven uit de grond. De larven noemen we nymfen en zijn in feite al mini-sprinkhaantjes en mini-krekeltjes. Ze zijn nog niet helemaal af en daarom vinden er nog een aantal vervellingen plaats. Na de laatste vervelling kruipt het volwassen dier uit het huidje. Nog even drogen en uitharden en er is weer een volwassen sprinkhaan of krekel bij.

Over sprinkhanen en krekels - Janneke van der Pol

Nog één heel bijzonder weetje

 

Die mannetjes zingen wat af voor de dames, maar wist je dat zij die prachtige klanken horen met hun knieën? De oren van de sprinkhaan en krekel zitten in de voorpoten, bij de knieën. De openingen in de knieën vangen het geluid op en leiden het naar het echte gehoororgaan. Bizar hè?

Foto-tip

 

Het zoeken en vinden van sprinkhanen en krekels is nog een hele kunst. Als je weet hoe ze klinken, kun je op je gehoor afgaan, maar anders zijn ze meestal erg goed gecamoufleerd. Ga voorzichtig te werk, want ze zien jou ongetwijfeld eerder dan jij hen ziet! Ze gaan namelijk perfect op in gras en struiken. Gebruik dit in je voordeel. Benadruk bij het fotograferen eens deze prachtige camouflage en laat ze opgaan in het groen (of bruin). Laat de mooie ogen, de streep op de rug of hun lange voelsprieten afsteken tussen het groen.

 

En net als met het fotograferen van alle dieren; probeer zoveel mogelijk op ooghoogte te komen. Ga door de knieën. Zonder hierbij schaduwen over het insect te laten vallen of teveel windverplaatsingen te veroorzaken… Ze laten zich dan waarschijnlijk vallen of draaien van je weg.

 

Als je een krekel of sprinkhaan treft die aan het tjirpen is, is het misschien leuk om eens te proberen om de beweging van de vleugels vast te leggen. Zorg dan voor een wat langere sluitertijd, zodat er bewegingsonscherpte ontstaat en de vleugeltjes mooi ‘zacht’ worden. Een hele uitdaging – is mij nog niet gelukt – maar zeker de moeite van het proberen waard!

The Exclusion Zone - Wit-Rusland - Janneke van der Pol
The Exclusion Zone - Wit-Rusland - Janneke van der Pol

12. The Exclusion Zone (deel 2)

Heb je deel 1 nog niet gelezen, doe dat dan eerst, het staat hieronder. 

Ik zet mijn statief neer en bevestig mijn camera erop. Het klaslokaaltje waarin ik me bevind is nog in verassend goede staat. Als je het puin en de stof, de kapotte ramen en afgebladderde muren wegdenkt, is het goed voor te stellen dat kinderen hier vroeger les kregen. De schoolbankjes staan in een nette rij en er hangt een oud, bijna verteerd schoolbord voor in de klas. Hier en daar ligt een werkschriftje op de grond.

 

Ik richt de camera op een voorwerp dat op een klein tafeltje onder het schoolbord ligt. Het is een gasmasker. Het blijft een raar fenomeen. Al die gasmaskers die her en der te vinden zijn in de huizen en gebouwen. Soms één enkele, soms een hele stapel en we zagen ze ook netjes opgehangen in rijen aan het plafond. Ik pas mijn belichting aan, stel scherp en druk af. Wat zouden al die gasmaskers hier toch doen? We hebben het met onze groep vaak afgevraagd, maar het echte antwoord blijven we helaas schuldig.

Als ik na een kwartier het schooltje weer uitloop, zie ik niemand meer van de groep. Ik loop richting onze bus en de Wit-Russische chauffeur wenkt me. Hij spreekt geen woord Engels en ik geen woord Wit-Russisch, maar hij wijst me op een groot pand in de verte en probeert me duidelijk te maken dat het een ‘magazin’ was. Ik vertaal zijn woorden als een opslagplaats en besluit in die richting te lopen. Dat is nog niet makkelijk, want het gras is hoog en het is echt oppassen waar je je voeten neerzet.

Het ‘magazin’ blijkt te erg vervallen en ontoegankelijk. Ik struin verder en na een tijdje zie ik de bus niet meer. Ik waan me in een soort post-apocalyptisch landschap. Het is compleet verlaten. Ik voel me wat onwennig zo zonder groep en ik merk dat ik het randje van mijn comfortzone nader… Ik ben namelijk niet zo’n held. Ik ben niet superstoer. Als ik me hier verstap of per ongeluk een slang boos maak, moet ik hard roepen om de aandacht van de groep te trekken. En dan is er nog mijn gebrek aan richtingsgevoel. Zo struinend tussen de huisjes door, raak ik de weg al een beetje kwijt.

 

Ik zou niet eens meer rechtstreeks naar de bus kunnen teruglopen.

Ik besluit even stil te gaan staan en kijk om me heen. Wat is het hier prachtig! Ik zie een vervallen boerderijtje, waar een boom door het raam naar binnen groeit. Naast het huis staan een oud hondenhok en een kippenren. Verder op het erg staat een ingestort wc-huisje. Fruitbomen staan weelderig in bloei en voorzien honderden insecten van hun dagelijkse portie nectar. De insecten in dit gebied lijken overigens totaal geen interesse in mij te hebben. De natuur biedt hen alles wat ze nodig hebben, zo’n zwetende toerist met camera laat hen koud.

 

De zenuwen in mijn buik nemen af en maken plaats voor een gevoel van verwondering. Wat is het bijzonder dat ik dit mag meemaken. Dat ik met eigen ogen mag zien wat de kernramp voor mens en natuur heeft gedaan. En wat een contrast! Wat voor de bevolking zo’n groot drama was, lijkt voor de natuur een zege. Ze is veerkrachtig en heeft zich aangepast aan de nieuwe omstandigheden. Ze komt tot volle bloei nu de mens zich er niet mee bemoeit. Ik struin verder en kom bij het volgende huisje een groepslid tegen. Gelukkig. Het is geweldig om hier zo alleen rond te mogen struinen, maar het voelt toch ook wel een beetje kwetsbaar…

The Exclusion Zone - Wit-Rusland - Janneke van der Pol
The Exclusion Zone - Wit-Rusland - Janneke van der Pol

De volgende dag is er een landelijk bos-verbod afgegeven in verband met gevaar voor bosbranden door de langdurige droogte. We horen dit terwijl we door het gebied naar een stuk bos rijden, waar enkele jaren geleden een brand heeft plaatsgevonden. Blijkbaar geldt het verbod niet voor ons… Onze gids legt ons uit dat bosbranden het grootste risico voor het gebied vormen. Als er brand uitbreekt, komt er radioactieve rook vrij en deze kan zich afhankelijk van de wind over grote gebieden verspreiden.

 

Eén van de belangrijkste taken van de beheerders van de ‘the exclusion zone’ is het bewaken van de brandveiligheid. Overal in het gebied zie je hoge brandtorens staan. We mogen even uit de bus om dit afgebrande stuk bos te verkennen. Ik leen een groothoeklens van een groepslid en kies ervoor om deze foto’s in zwart/wit te maken. Zo komt de rauwe realiteit van het verbrande bos nog meer tot zijn recht. Al word ik wel verrast… Tussen de zwartgeblakerde bomen, groeien alweer plantjes en kleurige bloemetjes en vinden spinnen en insecten hun nieuwe huis. Ik blijf me verwonderen over de veerkracht van de natuur.

33 jaar na de ontploffing is Tsjernobyl helemaal hot! Ons bezoekje aan the exclusion zone leverde een radio-interview op voor twee van mijn medereizigers. De miniserie ‘Chernobyl’ slaat in als een bom en wordt op IMDB als ‘beste nieuwkomer’ onthaald. En het prikkelt ieders interesse als ik vertel dat ik een paar dagen in het geëvacueerde gebied heb doorgebracht.

 

Wil je meer weten over de kernramp zelf? Kijk dan ‘Chernobyl’. Deze miniserie is nu te zien op HBO. Het is de rauwe en trieste werkelijkheid van de ramp die zich in 1986 voltrok. Het laat de gevolgen zien voor de mensen die er direct en indirect bij betrokken waren. Het vertelt het verhaal van doofpotaffaires en een regime waarin gezichtsverlies koste wat kost moest worden voorkomen. De leugens en intriges zijn onlosmakelijk verbonden met deze grote ramp. De serie is een absolute aanrader, maar wees voorbereid: er zitten schokkende scenes bij.

 

Ik had me voorgenomen om in dit blog nog veel meer te vertellen… maar het is teveel en ik ben helaas niet zo kort van stof… Dit blog zou dan écht veel te lang worden! 😉 Wil je meer weten? Mail me dan even persoonlijk op info@arnhemsmeiske.nl of reageer hieronder. De link naar het reactievenster staat onder deel 1 van The Exclusion Zone. 

 

Fijne dag, Janneke van der Pol

The Exclusion Zone - Wit-Rusland - Janneke van der Pol
 
The Exclusion Zone - Wit-Rusland - Janneke van der Pol

11. The Exclusion Zone (deel 1)

Ik ben op de meest onwerkelijke plek die ik kan bedenken. In de verre, verre, vérre omstreken woont niemand. Huizen zijn verlaten, scholen staan leeg en bomen groeien door daken. Alles is vervallen en kapot. Het enige dat hier nog leeft, is de natuur (in volle overgave zelfs) en de herinnering aan een tijd die allang vervlogen is.

 

Vogeltjes fluiten hun mooiste liedje. Bijen, wespen en hommeltjes zoemen om het hardst. In het hoge platgevallen gras, duiken hagedisjes ritselend weg. Zo stil en doods als ik had gedacht dat het zou zijn, zoveel leven is er nog in het verlaten gebied na de kernramp in Tsjernobyl. Ik zet voorzichtig nog een paar stappen. Behoedzaam lopen is geen overbodige luxe hier. Je weet nooit waar je in het hoge gras plotseling je voeten op zet; roestige grote spijkers, pannen, glasscherven…

Ik sta midden in ‘the exclusion zone’, in het Polesski Radio-ecologisch Reservaat in het zuiden van Wit-Rusland. In de meeste reservaten wordt de natuur beschermd tegen de mens. Maar in dit ‘reservaat’ is iets anders aan de hand. Dit reservaat bestaat júist om de mens te beschermen.

 

In tegenstelling tot de evacuatie-zone in Oekraïne, heeft Wit-Rusland deze zogenaamde ‘exclusion zone’ pas sinds enkele maanden onder toezicht vrijgegeven voor toeristen. En samen met nog een paar andere natuur- en fotoliefhebbers mocht ik als één van de eerste Nederlandse toeristen hier drie dagen rondlopen en fotograferen.

The Exclusion Zone - Wit-Rusland - Janneke van der Pol
The Exclusion Zone - Wit-Rusland - Janneke van der Pol

We bezoeken verschillende dorpjes in het gebied. In elk dorpje hebben we ongeveer drie uur de tijd. Drie uur om rond te lopen in een plaatsje waar drieëndertig jaar geleden het leven van de inwoners in één klap voorgoed veranderde. Een letterlijke klap welteverstaan, want in de nacht van 26 april 1986 ontplofte één van de reactoren van de kerncentrale in Tsjernobyl.

 

Deze ontploffing heeft tot op de dag van vandaag (en nog héél veel eeuwen na vandaag) schade aangericht. Radioactieve stoffen kwamen door de explosie massaal vrij en werden hoog in de lucht de hele wereld overgeblazen. Oekraïne en Wit-Rusland werden hierdoor verreweg het zwaarst getroffen. Het was zelfs zo ernstig, dat werd besloten om grote gebieden in hun land voor altijd te evacueren. Hier zullen nooit meer mensen kunnen en mogen wonen.

Terwijl ik  rondloop en kijk en fotografeer en verwonder, bekruipt me vaak een weemoedig gevoel. Daar waar ik op zoek ben naar mooie treffende plaatjes van een wereld na een kernramp, leefden voorheen mensen. In de verlaten kolchoses (grote collectieve boerderijen) werkten men vroeger. In de huisjes, die nu kaal en geplunderd in het landschap zijn achtergebleven, hadden mensen lief en droomden ze over een mooie toekomst voor hunzelf en hun kinderen.

The Exclusion Zone - Wit-Rusland - Janneke van der Pol
The Exclusion Zone - Wit-Rusland - Janneke van der Pol

Ik ben ongelooflijk dankbaar dat ik dit gebied met eigen ogen heb mogen aanschouwen. In een volgend blog schrijf ik graag meer over de dingen die ik heb gezien en die me hebben verwonderd.

 

Deze ervaring valt niet in één blog te vangen. Het is ongelooflijk indrukwekkend om te zien wat er gebeurt met de natuur als er zoveel jaar geen mensenbemoeienis is. Meer hierover dus in een volgend blog.

Foto-tip

 

Fotograferen in een urbex-omgeving (urbex staat voor urban exploring) is nog een hele kunst. Omdat ik normaal gesproken vooral van de macro- en dierenfotografie ben, was ik in Wit-Rusland behoorlijk buiten mijn comfortzone. Eén van de dingen die ik heb geleerd (en die ook erg aansluiten bij mijn interesse in de ‘kleine dingen’: neem de tijd om goed rond te kijken op locatie. Geef je ogen de kost en ga op zoek naar details; een omgevallen kopje, een handgeschreven ansichtkaart, een jas aan de kapstok.

 

Omdat het vaak wat donkerder is ín de urbexlocaties, is een statief en/of een lichtgevoelige lens essentieel. Ik heb mijn tripod de laatste dag in de hotelkamer gelaten, omdat ik merkte dat ik daar niet het type voor ben en omdat ik de kilo’s op mijn rug aardig begon te voelen... Ik vind het teveel gedoe, máár ik geloof zeker in de meerwaarde ervan voor de wat geduldigere fotograaf. Ik kon aardig uit de voeten met mijn monopod, die tevens handig dienst deed als wandelstok.

The Exclusion Zone - Wit-Rusland - Janneke van der Pol
 

Op avontuur

 

Woensdag 24 april ... dit keer hou ik mijn blog kort. Dat is een hele opgave voor me, want ik ben meestal niet erg kort van stof. Maar nu ontbreekt het me simpelweg aan tijd. Ik sta namelijk op het punt om op een mooie spannende reis te gaan. Of eigenlijk: twee spannende reizen!

Morgenvroeg stap ik in het vliegtuig naar Minsk, Wit-Rusland, voor mijn allereerste fotoreis. En wat voor één! We bezoeken het gebied in het Zuiden van Wit-Rusland dat na de ramp met de Tsjernobyl-centrale zo’n 33 jaar geleden is geëvacueerd. Sindsdien komen er amper mensen en heeft de natuur vrij spel gehad. Wat een voorrecht om daar een paar dagen te mogen rondkijken. Ongerepte natuur, verlaten huizen en een grote biodiversiteit. Ik kan niet wachten om te gaan en tegelijkertijd vind ik het ongelooflijk spannend. Het is zó uniek om dit te mogen meemaken en ik verwacht dat het grote impact op me gaat hebben. Uiteraard zal ik jullie in mijn volgende blog meenemen op deze reis.

 

Als ik terugkom, heb ik een paar dagen om bij te komen en dan ga ik op reis naar een totaal andere omgeving. Mijn broertje en zijn gezinnetje maken op dit moment een grote wereldreis. Ze zijn nu bijna vijf maanden weg en samen met mijn moeder ga ik wat tijd met hen doorbrengen in Maleisië en Borneo. Ik kan niet wachten om hen weer te zien en heb ongelooflijk veel zin om dit mooie stukje van de wereld met eigen ogen te gaan zien. En ook hier gaat de camera uiteraard mee!

Op dit moment rond ik de laatste klusjes af en stop ik – zelfs terwijl ik dit typ – nog wat losse vergeten spullen in mijn koffer. Vannacht nog even goed slapen en dan… op avontuur!

 

Tot een volgend blog! Groet Janneke

10. De lente

Het is zondagochtend héél vroeg. Véél te vroeg. Het bed is heerlijk comfortabel en de dag lijkt nog ver weg. Ergens in de verte hoor ik een irritant gepiep, ik trek de dekens wat verder over mijn hoofd en langzaam dringt het besef door dat het mijn eigen wekker is. Door de kiertjes van mijn ogen zie ik dat het half zeven is. Half zeven? Wat maakte dat ik gisteravond bij het zetten van de wekker dacht dat ik vanochtend wel om half zeven mijn bed uit zou komen? Ik druk de wekker uit, snooze nog twee keer en besluit hem dan helemaal uit te zetten om wat extra slaap te pakken… Het mag duidelijk zijn dat ik op het gebied van het mooie ochtendlicht nog heel wat te leren heb! Dag gouden uurtje, hallo nachtrust…

Natuurblog 10 - De lente - Arnhemsmeiske verwondert ...

Een paar uurtjes later zit ik aangekleed en fris gedoucht aan het ontbijt. Het zonnetje schijnt vrolijk binnen en ik heb spijt van mijn luie actie van die ochtend. Het is prachtig weer buiten, de lente laat zich in al haar enthousiasme zien en wat zou het vanochtend heerlijk (rustig) zijn geweest buiten. Met de camera in de hand op zoek naar de ontwakende natuur; er is weinig meer rustgevend dan dat! Helaas ben ik nogal een luilak… en omdat ik het mooie weer niet helemaal wil laten passeren, zit er nu niets anders op, dan om midden op dag met de camera op pad te gaan.

Dat is om meer dan één reden niet al te gunstig… Ten eerste omdat je je dan niet bepaald alleen op de wereld waant (half Nederland trekt op dit soort dagen de natuur in) en ten tweede omdat de zon dan eigenlijk veel te fel is (zie mijn foto-tip aan het einde van dit blog).

Natuurblog 10 - De lente - Arnhemsmeiske verwondert ...
Natuurblog 10 - De lente - Arnhemsmeiske verwondert ...

Rond een uurtje of één rij ik de Generaal Foulkesweg in Wageningen op. Langs deze mooie straat ligt Arboretum Belmonte en dat is dé perfecte plek om de lente te beleven. Zoals verwacht ben ik daar niet alleen… Stelletjes poseren tussen de uitbundige bloesem, gezinnetjes liggen op kleedjes in het gras en menig gepensioneerd stelletje loopt met stok en rollator een rondje langs de prachtige collectie rododendrons, waar deze tuin om bekend staat.

 

Ik kan het ze ook niet kwalijk nemen. De lente lokt niet alleen insecten en vogeltjes uit hun schulp, maar ook de mens. We krijgen de lentekriebels. De natuur (en dus ook de mens) is erop gericht om in een ruststand te gaan als het donker is. En als in het voorjaar de hoeveelheid zonlicht toeneemt, springen we over op de actieve stand. Wij gaan naar buiten, waardoor we nog meer zonlicht binnenkrijgen en nog meer gelukshormoontjes aanmaken. Andere mensen doen hetzelfde en het positieve gevoel werkt aanstekelijk.

De lentekriebels krijgen mij ook te pakken. En dus geniet ik – ondanks het veel te felle zonnetje en de nét te luid schreeuwende kinderen – van het heerlijke weer en de prachtige omgeving. En je zult het misschien wel herkennen, maar met een camera in de hand en je ogen gefocust op dat éne mooie plaatje, vergeet je de buitenwereld snel. Ze verdwijnt naar de achtergrond en je zinkt weg in een heerlijk relaxte staat van zijn. En zo geniet ik van de prachtige magnolia, de bloesem van de kers en de grote collectie rododendrons die de tuin rijk is… En als ik mijn camera daar lang genoeg op heb gericht, kruip ik op mijn knieën bij de paardenbloemen. Die bloeien nu weer volop en ik probeer het mooie frisse lentegroen en geel vast te leggen met mijn camera.

 

Als ik na anderhalf uur mijn auto weer in stap, ben ik helemaal rozig van het warme zonnetje en tegelijkertijd bruis ik van de lentekriebels!

Foto-tip

 

Als je ’s ochtends de gordijnen opentrekt en je ziet een strakblauwe lucht met een helder zonnetje, geeft dat vast een big smile op je gezicht. Voor een natuurfotograaf brengt dit zonnetje echter een uitdaging met zich mee! Want door de felle zon krijg je te maken met hard licht en donkere schaduwen in je foto. Uitgebeten wit of juist teveel contrast. Probeer om dit te voorkomen het onderwerp in de schaduw te houden. Dit kun je doen door je eigen lichaam tussen het onderwerp en de zon te zetten of door een parasolletje mee te nemen. Als je dan zorgt voor licht in de achtergrond, krijg je een mooi zacht effect met fijne kleuren.

 

En om de mooie zachte lentesfeer nog meer te benadrukken, kun je proberen om bewust een beetje over te belichten. Probeer eens uit wat het effect op je foto is, bij 1/3, 2/3 of 1 stop overbelichten. Gebruik je het histogram al wel eens? Dan zul je zien dat de grafiek zich – bij overbelichten - vooral in het rechterdeel bevindt. Zorg dat deze grafiek binnen het histogram blijft en er niet teveel ‘uitloopt’, anders verlies je alle details in de witte delen. En uitgebeten wit is – in de meeste gevallen – niet waar je op uit bent. Deze tip werkt vooral als de zon niet te fel is en je onderwerp zich in de schaduw bevindt. Succes met experimenteren!

Vanaf april 2019 gaan Janneke en Wim om de week bloggen. Deze week is Wim aan de beurt. 

Wim heeft deze week op zijn blogpagina verBEELDing voor een meer natuurbenadering gekozen om het gemis van Janneke wat minder groot te maken ;-) En ook om zijn natuurfoto's te laten zien! De blog van Peter gaat deze week, écht heel toevallig, meer over (mistige) verBEELDing! Pauline heeft zoals elke week weer een bijzonder gedicht geschreven, voorzien van prachtige foto.

Volgende week is er dus weer een nieuwe natuurblog van Janneke en slaat Wim een weekje over!

9. Eendagsvlieg en andere geleedpotigen

 

De zaal stroomt langzaam vol. Zenuwachtig schuif ik op mijn stoel heen en neer. Ik zit op de tweede rij dichtbij het podium. Om me heen zie ik nog meer nerveuze gezichten. Nog een paar minuten en dan begint de uitreiking van de Groene Camera.

 

Ik kijk nog een keer om en zie dat de zaal behoorlijk vol zit. Wat is dit spannend! Ook al heb ik weinig verwachtingen, toch begint mijn buik wat wee te voelen en ben ik blij als het licht dimt en Bart Siebelink op het podium het woord neemt. Ik heb begin van dit jaar een paar foto’s ingestuurd voor de Groene Camera, een fotowedstrijd die elk jaar wordt georganiseerd door Natuurfotografie.nl. Niet geschoten is altijd mis, was mijn insteek. En wat was ik blij toen ik paar weken geleden bericht kreeg dat ik met één van mijn foto’s de finale had bereikt in de categorie ‘ongewervelden en geleedpotigen’! En nu zat ik dus bij de uitreiking van de Groene Camera. Niet slechts als toeschouwer, maar als finalist. Superspannend!

 

De eerste categorie die in beeld kwam, was meteen die van mij! Insecten, slakken, spinnen… ze mochten allemaal meedoen in de categorie ‘geleedpotigen en ongewervelden’. Er werd begonnen met de foto’s die een eervolle vermelding hadden behaald. En jahoor, ik hoorde mijn naam luid door de zaal schallen en daar stond ik ineens groot in beeld! Oeh… ik sta liever achter de camera… Gelukkig vervaagde mijn foto snel, en daar was mijn sprinkhaan! Mooi, groot en lekker eigenwijs in beeld. Ik hoorde wat gegrinnik om me heen en dat was alles wat ik op dat moment nodig had. Een emotie (van welke aard dan ook) bij mensen oproepen, dat is wel zó gaaf! En bovenop die leuke reactie op mijn foto, had ik dus zomaar een eervolle vermelding gekregen. Wat een feestje!

 

Mijn foto van de sprinkhaan gaat in een ander blog vast nog uitgebreid aan bod komen. Ik vind ze namelijk geweldig fotogeniek en er valt zóveel over te vertellen. In dit blog wil ik vooral ingaan op een andere geleedpotige. De winnares in mijn categorie (Yavanna Aartsma) had namelijk een hele mooie foto ingestuurd van een eendagsvliegje dat in het maanlicht opvloog als een elfje. Prachtig! Klik gerust even op de link onderaan dit blog, om haar foto te zien en die van alle andere finalisten.

Eendagsvlieg

 

De foto van de eendagsvlieg (hieronder) triggerde bij mij de herinnering aan een zwoele voorjaarsavond in 2017. Samen met mijn vriend maakte ik een wandeling door een mooi natuurgebiedje in de buurt van Ravenstein. Insecten zoemden overal om ons heen en ik wist van gekkigheid niet waar ik mijn camera het eerst op moest richten. Die avond zette ik ook een eendagsvliegje op de foto. Ik had toen ik de foto maakte alleen nog géén idee wat het was. Het insect was zo mooi en groot. Ik had echt nooit gedacht dat een eendagsvlieg er zó uit zou zien. Wat heeft moeder natuur daar haar best op gedaan, zeg! Ik weet zeker dat niet iedereen dit met me eens is. Maar ik heb nou eenmaal een zwak voor insecten. Door de macrolens dan…

 

De eendagsvlieg is geen vlieg, zoals haar naam doet vermoeden. Ze behoort tot een aparte orde. De orde van de Ephemeroptera. Ephemeros betekent in het Grieks: kort levend. Ze wordt ook wel haft genoemd. Dat vind ik lang niet zo leuk klinken, dus ik noem haar gewoon lekker ‘eendagsvlieg’. Al klopt die naam slechts gedeeltelijk. Vanaf het moment dat ze opvliegen vanuit het water, leven ze inderdaad slechts een paar uur tot een paar dagen (afhankelijk van de soort).

Nimf en subimago

 

Maar voordat ze volwassen zijn, gaat er nog een heel leven als ‘nimf’ aan vooraf. Dat leventje speelt zich geheel onder water af en duurt meestal wel een jaar.

Sommige soorten doen er zelfs nog langer over. En tijdens dat leven als nimf vervelt het diertje vaak. Heel vaak, tot zo’n 45 keer!

Er is geen insect die zó vaak vervelt als de nimf van de eendagsvlieg.

Als de nimf volwassen is en klaar voor het laatste stadium, zwemt of kruipt ze naar boven en daar vindt de transformatie plaats.

In enkele seconden breekt ze uit haar huidje en dan zien we ineens een insect mét vleugels, het subimago. Een soort tussenstadium tussen nimf en het volwassen insect. Het subimago zoekt een rustig plekje op en daar vervelt ze een laatste keer.

Eendagsvlieg - Arnhemsmeiske verwondert ...
Eendagsvlieg - Arnhemsmeiske verwondert ...

Voortplanting

 

Als volwassen eendagsvlieg beleeft het insect een bijzonder intense tijd. In dit laatste stadium is hun enige doel: voortplanting! Ze kunnen niet echt meer eten en goede vliegers zijn het ook niet. Zodra de mannetjes een vrouwtje waarnemen vliegen ze erop af en het snelste mannetje mag met het vrouwtje paren en sterft vervolgens.

Het vrouwtje zet haar eitjes af in het water en dan zit ook haar leventje erop.

 

Ondanks hun korte leventje boven water, zijn eendagsvliegen erg belangrijk binnen hun ecosysteem. Ze geven een goede indicatie van de kwaliteit van het water in beken en rivieren. Hoe meer eendagsvliegen, hoe beter de waterkwaliteit.

Daarnaast pikken libellen, vleermuizen en zwaluwen graag een eendagsvliegje uit de lucht en ook vissen genieten mee van de grote aantallen die dood op het water vallen.

Foto-tip

 

Eendagsvliegen vind je in de buurt van het water en dan met name in de schemering, als de mannetjes massaal opvliegen om vrouwtjes te lokken. Tot die tijd zitten ze verborgen in het gras en hangen ze aan takjes en grashalmen. Let ook vooral op de prachtige vleugels met mozaïekpatroon. Als je een exemplaar treft die je rustig kunt benaderen, probeer die vleugels dan eens mooi op de foto te zetten!

 

En een tip van een andere orde: doe eens gek en stuur een foto in voor een fotowedstrijd. Je weet nooit waar het toe kan leiden! Ik zat zomaar ineens bij de uitreiking van de Groene Camera 2019 en ook Pauline (van Pauline’s Fotodicht) heeft geschopt tot de finale in de categorie ‘Vogels’!

Wees niet onzeker en durf een foto in te sturen! Wie weet tot de volgende uitreiking! 😉

 

https://www.natuurfotografie.nl/dit-zijn-de-winnaars-van-de-groene-camera-2019/

 

8. Zo zen als een zeekoe

 

Het is druk in de mangrove van Burgers’ Zoo. Al voor ik de grote hal binnenloop hoor ik het geroezemoes van mensen. Ik pak mijn fototoestel uit mijn rugzak en hang hem om mijn nek. Ik heb een half uur de tijd om mijn camera haar werk te laten doen, voor ik haar weer opberg en inruil voor mijn groene gidsen-shirtje. Ik duw de touwen, die ervoor zorgen dat de vlinders ín de mangrove blijven, aan de kant en stap de warme hal in.

 

Ik word altijd blij van de mangrove. Het is echt mijn happy place. Het aangename klimaat in de hal, de dieren en planten die er leven, de mensen die er rondlopen en het feit dat het een héél klein beetje van mij voelt. Want sinds de opening van de hal in juli 2017 mag ik er een paar keer per maand als vrijwillige gids rondlopen.

Samen met een enthousiast team van mede-gidsen vertellen we de bezoekers over de prachtige natuur in Belize en over het kleine stukje mangrove dat Burgers’ Zoo in Arnhem heeft geprobeerd na te bouwen. Er is over alles wat er leeft zoveel moois te vertellen.

 

De wenkkrabbetjes laten me altijd even glimlachen en de vlinders zijn kleine wondertjes van de natuur. Maar de zeekoeien hebben mijn hart écht gestolen. En speciaal voor hen ben ik vandaag iets eerder naar de dierentuin gekomen. Er is namelijk een jong geboren! Waar het bassin eerst werd bewoond door een harmonieus koppeltje zeekoeien, zwemt er nu plots een derde rond. Een ieniemienie zeekoe. Een paar dagen oud! En wat word ik daar blij van!

 
zen als een zeekoe - Arnhemsmeiske verwondert ...

En met mij zijn er nog veel meer mensen blij: de brug boven het zeekoeienbassin staat vol met bezoekers. Ze komen allemaal de nieuwe aanwinst bewonderen. Want we hebben er wél even op moeten wachten!

 

Zeekoeien hebben – net als olifanten – een behoorlijk lange draagtijd, zo’n twaalf maanden! En omdat het bijna onmogelijk is om een echo te maken onder water, wisten we niet hoe ver de zwangerschap al was gevorderd.

 

En toen zwom er een paar dagen geleden ’s ochtends ineens een zeekoetje rond! Hoe geweldig!

Nadat ik een plekje heb veroverd op de brug en binnen een half uur zo’n 500 foto’s heb gemaakt, is het tijd om het gidsenshirt aan te trekken. Ik haal even een frisse neus buiten en eenmaal weer binnen, dompel ik me voor de tweede keer onder in het enthousiaste geroezemoes van de bezoekers. Maar dit keer niet om mijn eigen passie voor fotografie haar vrije loop te laten, maar om te vertellen en om te doen verwonderen.

 

Het grootste deel van de tijd sta ik bij de zeekoeien. Helemaal in mijn element vertel ik de mensen over de bijzondere wereld van de zeekoe. En mensen luisteren. En stellen vragen. En raken verwonderd. Ik vertel dat de jonge zeekoe wel twee jaar bij zijn moeder blijft. Ze zoogt hem en beschermt hem. Tot hij groot genoeg is om het zelf te redden. Het volwassen mannetje vindt het allemaal best, hij bemoeit zich niet met de opvoeding van het jong. 

 

De zeekoeienwereld is nog niet echt geëmancipeerd en opvoeden blijft een vrouwentaak. Gelukkig zijn zeekoeien geweldig tolerant en gemoedelijk en leidt dit niet tot discussies in de relatie.

Er worden een paar kroppen andijvie in het water gegooid en het mannetje draait een rondje en zwemt er naartoe.

 

Zeekoeien zijn vegetarisch en eten bij ons voornamelijk andijvie, aangevuld met wat gekookte groenten en granen. Maar vooral véél andijvie. Ze eten per zeekoe wel 25 kilo andijvie per dag!

 

Nu hebben zeekoeien een heel uitgebreid darmstelsel om zoveel mogelijk voedingsstoffen uit die andijvie (en in de natuur zeegras en waterplanten) te kunnen halen.

 

Dat verteren doen ze zo grondig dat het voedsel (de restanten ervan dan) pas na zeven dagen weer worden uitgepoept!

En dat komt allemaal in het water terecht!

 

Om ervoor te zorgen dat we de zeekoeien nog wel kunnen zien in helder water, wordt het gehele bassin ongeveer twee keer per dag gefilterd.

 

Als je dan ook nog bedenkt dat zeekoeien ontzettende koukleumen zijn en warm water (zo’n 25 graden) nodig hebben om zich comfortabel te voelen, begrijp je misschien wel waarom zeekoeien de duurste dieren zijn in onze dierentuin!

zen als een zeekoe - Arnhemsmeiske verwondert ...

De aandacht gaat weer terug naar moeder en het jong. Ze dobberen met zijn tweetjes heerlijk relaxed door het water.  Moeder heeft haar voorste vin uitgestoken en laat jong daarop drijven. Zo kost het hem minder energie en kan hij makkelijk af en toe even zijn neus boven het water steken om adem te halen. En… niet geheel onbelangrijk… onder die voorste vinnen van moeder zitten haar tepels. Zodra ze haar vin uitsteekt, komt de tepel tevoorschijn en kan het jong drinken. Ook dit hebben zeekoeien gemeen met olifanten, bij hen zitten de tepels ook in de oksel van de voorpoten.

 

Ik ben na een middagje mangrove weer helemaal zen. Zeekoeien hebben nu eenmaal dat effect op mij. Ze drijven ontspannen door het water en doen niets anders dan eten en slapen en zwemmen. En al daarnaar kijken, doet onthaasten.

 

Ik zou zeggen: heb je behoefte aan een instant-zen-shot en ben je een keer in de buurt van Arnhem? Kom dan zeker een kijkje bij ons nemen. En als je mij herkent, trek me aan mijn groene shirtje en ik neem je mee in de wondere wereld van de mangrove!

zen als een zeekoe - Arnhemsmeiske verwondert ...

Foto-tip

 

Zeekoeien zijn niet makkelijk te fotograferen. Je hebt in de mangrove van Burgers’ Zoo twee mogelijkheden: van bovenaf vanaf de brug of ‘onder water’ door de grote ruit.

 

Fotografeer je van bovenaf, dan is een polarisatiefilter erg handig. Het geeft je de mogelijkheid om door de weerspiegeling van het water heen te breken, zodat je het dier onder water kunt fotograferen.

 

Sta je voor de ruit? Zorg dan dat je niet flitst, geen fel gekleurde kleren aan hebt en je camera zo recht mogelijk op de ruit plaatst. Zo heb je zo min mogelijk last van weerspiegelingen van jezelf of andere bezoekers.

7. Het mosje en haar sporenkapsel

 

Het is zo fijn om mensen in je omgeving te hebben die ook fotograferen! Gisteren was ik een dagje op stap met een lieve vriendin. Camera’s mee, volle accu en zin in een dagje fotootjes maken en bijkletsen.

We hadden besloten om naar de Orchideeënhoeve in Luttelgeest te gaan. Het weer zit nog steeds niet echt mee en dan is een droog onderkomen geen overbodige luxe. Ik was er nog nooit geweest, maar was aangenaam verrast; het is echt een walhalla voor mensen die graag bloemen en plantjes op de foto zetten. En vlinders en schildpadden… véél schildpadden!

 

Ik maakte zóveel foto’s, dat mijn kaartjes aan het einde van de dag vol waren! Tja, als ik eenmaal op dreef ben… En toen was het ook wel tijd om weer richting het station te rijden.

Ik reis graag met de trein; het geeft me de gelegenheid om een beetje weg te dromen (wat ik heel graag doe). Dit keer dacht ik aan al het moois dat ik had gezien. En het meest opvallende was wel het kleine mosje dat bovenop het blad van een flinke varen groeide.

Hoe kan dat? Hoe kan een mosje überhaubt op elke willekeurige ondergrond groeien? Mosjes zijn overal! Op stenen muurtjes, op de grond, op bomen, op andere planten, op los zandgrond, tegen de rotsen... En ik zet ze maar al te graag op de foto. Zo klein en fragiel, maar stuk voor anders.

 

Vorige keer schreef ik over korstmos en over hoe mooi het is en dat het absoluut geen mos is. Maar wat is mos dan eigenlijk? Thuis ging ik op onderzoek en kwam ik een paar leuke dingen te weten. Die wil ik jullie zeker niet onthouden!

Arnhemsmeiske verwondert ...
 
Arnhemsmeiske verwondert ...

Pionier

 

Mos komt overal voor. Alleen al in Nederland kennen we zo’n 650 verschillende soorten mos! Het is een echte pionier.

Het groeit waar (nog) niets anders kan groeien en daarmee is het een heel bijzondere en waardevolle plant.

 

Het kan overal groeien omdat mos geen echte wortels heeft. Ze hecht zich vast aan de ondergrond met een soort draadjes. Deze draden worden rhizoiden genoemd en zijn super effectief.

 

En daardoor kon het mosje - dat ik in de Orchideeënhoeve zag - zich hechten aan de varen.

Arnhemsmeiske verwondert ...
Arnhemsmeiske verwondert ...

Muurbloempje

 

Omdat mos overal leeft en niet al te groot is, wordt ze vaak over het hoofd gezien. Het is letterlijk een muurbloempje, ehm… -plantje!

En dat terwijl ze zoveel voor de aarde en ons mensen betekent.

 

Ze is erg belangrijk voor de zuurstofvoorziening, ze geeft ons informatie over luchtvervuiling, ze biedt een leefomgeving voor veel kleine insecten en beschermt ons tegen erosie. Ook al komen er geen mooie bloemetjes uit, het is geen plantje dat je zomaar over het hoofd zou moeten zien!

 

Bijzonder plantje

 

Mos heeft geen wortels en ook geen vaatstelsel, maar het maakt wel bladgroen aan en heeft stengels. Het is dus officieel een plantje, maar wel een beetje een bijzondere.

 

Doordat het geen wortels heeft, heeft het een andere manier gevonden om vocht op te nemen en vast te houden. Het absorbeert vocht gemakkelijk via het bladoppervlak. Doordat de blaadjes van mos heel dun zijn (slechts een tot enkele cellen dik), kan het mos het water via de celwand van het ene naar het andere blad transporteren.

Sporen

 

Nog een belangrijk kenmerk van mos is dat het sporen heeft en geen zaadjes, zoals veel andere planten. Ze plant zichzelf op een bijzondere en ingewikkelde manier voor.

 

Ik ga mijn best doen om het simpel uit te leggen. Mossen leven nooit alleen, ze leven in grote getale bij elkaar en hebben elkaar nodig voor de voortplanting.

 

Ze maken namelijk mannelijke en vrouwelijke geslachtscellen aan. Bij vochtig weer, zwemmen de mannetjes door de neerslag op het mos naar de vrouwtjes. Daar vindt de bevruchting plaats en uit die bevruchte eicel ontstaat nieuw leven.

 

Nieuw leven dat niet op eigen benen kan staan en goed verankerd blijft in de ‘moederplant’. Dit nieuwe leven groeit uit tot een sporenkapsel. Dat zijn die leuke sprietjes die je altijd tussen het mos ziet staan. Bryologen (mensen die mos bestuderen) vinden die sporenkapsels ook erg handig, want zo kunnen ze het mos veel sneller herkennen!

 

In de topjes van het sporenkapsel groeien sporen en als de tijd rijp is worden deze door de wind verspreid en ontstaat er een stuk verderop weer een nieuw mosplantje. Wat een moeite voor zo’n plantje hè? Maar het werkt, dat is duidelijk!

Foto-tip

 

Sporenkapsels zijn sowieso geweldig fotogeniek. Ze zijn wél erg klein en scherpstellen is een kunst. Heb je een goede macrolens? Super! Zorg dat je goed stabiel staat en laat je camera het liefst ergens op rusten (statief, je eigen arm, een boomstam, de grond). Stel bij voorkeur handmatig scherp, zo krijg je het kleine kapje er het gemakkelijkst scherp op. Automatisch scherpstellen kan nog weleens resulteren in ‘dwalen’ (de camera weet dan niet waarop scherpgesteld moet worden).

 

En nog één kleine tip: ga op zoek naar sporenkapsels als het heeft geregend. Succesfoto’s gegarandeerd!

 

Volgende week weer een nieuw blog! Heb jij een keer een leuk onderwerp dat je graag besproken ziet? Omdat ik altijd op zoek ben naar inspiratie, sta ik zeker open voor leuke suggesties. Als ik jouw idee ooit op foto heb gezet of ga zetten, is de kans groot dat ik er over ga schrijven!

 

6. Korstmos in het bos

 

Afgelopen week heb ik vaak zuchtend naar de weersvoorspelling gekeken: vandaag – regen, morgen – regen, overmorgen – regen…  Ik weet dat de natuur het regenwater heel goed kan gebruiken, maar ik word er een beetje moedeloos van. Ik wil naar buiten! Ik wil de cameratas over mijn schouders gooien, de deur achter me sluiten en op pad. Maar met al die donkere regenwolken, zat dat er de afgelopen dagen niet echt in. En dat betekende niet alleen dat ik me binnen mocht vermaken, wat me op zich best goed afgaat, maar ook dat ik buiten geen inspiratie kon opdoen voor een nieuw natuurblog.  Want inspiratie komt helaas niet uit de lucht vallen (al geeft de regen absoluut een eigen sfeer aan de natuur).

 

Toen ik vanochtend wakker werd en het weerbericht bekeek, zag ik tot mijn grote verrassing dat de kans op neerslag vandaag nihil was. Yes! Geen ochtend dus om lang in bed te blijven snoozen, maar dé gelegenheid om naar buiten te gaan en me te voeden met dat wat ik in het bos tegenkom. Ik kies ervoor om naar landgoed Warnsborn te gaan. Eén van de vele landgoederen die Arnhem rijk is. Als ik de auto heb geparkeerd, trek ik mijn regenbroek aan en hang ik mijn camera om mijn nek. Mijn rugzak slinger ik op mijn rug en ik stap het bos in.

 

Ik had het in mijn vorig blog over bosbaden en dat is precies wat wandelen in het bos met me doet. Bij elke stap die ik zet ervaar ik het bos meer en lijken de dagelijkse beslommeringen verder en verder weg. Ik voel de koele boslucht op mijn wangen en de zachte zompige grond onder mijn voeten. Ik hoor de vogeltjes die – op zoek naar een partner om nestjes mee te bouwen – de mooiste fluitconcerten geven. Ik laat mijn zoektocht naar inspiratie los en geniet van de rust en buitenlucht.

Korstmos (6) - Arnhemsmeiske verwondert ...

Macrofotografie

 

Ik heb een beetje een haat-liefde relatie met mijn macrolens. Ik vind het een geweldige lens, begrijp me niet verkeerd!

En macrofotografie is iets dat ik liever doe dan wat dan ook.

 

Maar… het is ook zo verrekte moeilijk! Ik heb niet zo’n vaste hand en scherpstellen blijft voor mij altijd een uitdaging. Al heb ik ondertussen geleerd dat de aanhouder wint… Maar ondanks – of misschien wel juist dankzij – de grote inspanning die het me kost, geeft macrofotografie me het gevoel in een compleet andere wereld te stappen.

 

Mijn vader liet me vroeger het boek ‘Erik of het klein insectenboek’ van Godfried Bomans lezen. En door mijn macrolens kijkend voel ik me vaak als het jongetje Erik. Er bestaat zoveel meer dan we met het blote oog kunnen waarnemen.

En zo verruil ik halverwege mijn wandeling mijn telelens (waar ik ook altijd graag close-ups mee fotografeer) voor mijn macrolens. Ik ga zitten bij een omgevallen boom en richt mijn camera op de korstmosjes die in grote getale leven van deze ooit grote en statige reus.

 

Ik vind korstmossen enorm fascinerend. Allereerst zijn ze prachtig door de macrolens, maar ook als je je er verder in verdiept, zul je merken dat het een unieke natuurlijke verschijning is.

Korstmos

 

Het is geen mos, het is geen plant, het is geen paddenstoel, het is een korstmos. En eigenlijk moet je lichenen zeggen, dan is het meteen duidelijk dat het een geheel eigen soort is en ze niets te maken heeft met mosjes.

 

In de natuur zie je regelmatig samenwerkingsverbanden tussen twee organismen. Samen sta je sterk en kun je vijanden beter de baas. Korstmossen leven dankzij dit principe. Ze zijn een ongelooflijk slimme samenwerking tussen een schimmel en een alg.

 

Die alg kan in een aantal gevallen misschien nog wel alleen overleven, maar de schimmel heeft de alg absoluut nodig. Een schimmel kan zelf geen voedsel aanmaken en leeft van de suikers die de algen via fotosynthese produceren. In ruil daarvoor zorgt de schimmel voor water, bescherming en mineralen.

 

Het is een goed huwelijk en één die lang stand kan houden. Korstmossen kunnen soms wel meer dan honderd jaar oud worden.

Korstmos (3) - Arnhemsmeiske verwondert ...
Korstmos (4) - Arnhemsmeiske verwondert ...
Korstmos (7) - Arnhemsmeiske verwondert ...

Groot dooiermos

 

Een korstmos groeit erg langzaam, soms niet meer dan 0,1 mm per jaar. Er zijn ongelooflijk veel verschillende korstmossen. Alleen al in Nederland kennen we meer dan 600 verschillende soorten.  Sommige leven op stenen, anderen liever op hout. Ik zag in het bos vooral veel gele korstmos en een klein onderzoekje online bevestigde dat het hierbij gaat om het groot dooiermos (Xanthoria parietina).

 

Haar naam dankt deze korstmos aan de vruchtlichamen (apotheciën) die op spiegeleieren lijken. In deze vruchtlichamen ontwikkelen zich de sporen van de schimmel. Hoewel ik best een spiegeleitje lust, klinkt haar naam toch een beetje viezig vind ik. Maar door de lens van mijn camera verandert dit prachtig gele groot dooiermos in een magische kleine wereld, die voor mensen niet toegankelijk is.

Het groot dooiermos houdt van ammoniak en gedijt vooral heel goed in gebieden waar veel ammoniak in de lucht zit. Dit is met name zo in gebieden met intensieve veehouderij.

 

Voor de biologen zijn korstmossen en hun voorkomen erg interessant, omdat ze een indicatie kunnen geven van de luchtkwaliteit.

 

Voor mij is het vooral een heerlijk foto-onderwerp. En in mijn zoektocht kwam ik nog meer korstmossen tegen, die net als het groot dooiermos prachtige foto’s kunnen opleveren.

Korstmos (5) - Arnhemsmeiske verwondert ...

Foto-tip

 

Korstmossen groeien overal en dat maakt het een ideaal onderwerp om te fotograferen. Je hoeft er niet ver voor te gaan, je hoeft alleen je ogen maar goed de kost te geven.

 

Voor het fotograferen van korstmossen kun je zowel een ‘normale’ lens als een macrolens gebruiken. Beiden geven een compleet ander plaatje. Soms zitten er op een muur verschillende korstmossen bij elkaar in verschillende kleurschakeringen. Dit geeft prachtige abstracte beelden.

 

Ikzelf ben meer van de macrofotografie en duik dan ook het liefst dicht op het onderwerp. Ook daar leent de korstmos zijn prima voor! Richt je camera eens op de vruchtlichamen van het groot dooiermos of op de kelkjes van het bekertjesmos.

Het worden dan echt mini-landschapjes. Wil je je creatieve kant helemaal de vrije loop laten gaan? Kies dan ook eens voor een andere witbalans. Zo creëer je kleine magische wereldjes.

Korstmos (2) - Arnhemsmeiske verwondert ...
Korstmos (1) - Arnhemsmeiske verwondert ...

5. De krokus

Ik gebruik de naam Arnhemsmeiske nu al een tijdje met veel trots en dat is niet voor niets, want wat is Arnhem en haar omgeving toch prachtig!

 

Aan de zuidkant de uiterwaarden en aan de noordkant de Veluwe. En in Arnhem zelf vind je een grote hoeveelheid parken. Deze parken waren in het verleden bijna allemaal landgoederen die in het bezit waren van de rijkere Arnhemmers. Vanaf 1886 zijn deze landgoederen langzaam door de gemeente Arnhem opgekocht en omgevormd tot stadsparken.

 

Afgelopen maandag had ik plots een paar uur vrij te besteden en dat was absoluut geen straf met het heerlijke lenteweer. Ik besloot de camera mee te nemen en de natuur in te gaan. Onze eigen Arnhemse stadsparkennatuur wel te verstaan.

 

Ik begon bij de vlindertuin en de stiltetuin en liep vervolgens park Zypendaal in. Wat een rust! Hier en daar een hardloper of een hond met baasje, maar verder waande ik me alleen in het bos.

 

De bosgeluiden overstemden het geluid van de buitenwereld en ik voelde mezelf tot rust komen.

Ken je dat gevoel? Een Japans bosagentschap heeft dat in 1982 heel mooi ‘bosbaden’ genoemd. Jezelf onderdompelen in het bos… Dat is echt één van de redenen dat ik graag mijn wandelschoenen aantrek en (uiteraard met mijn camera) de natuur in trek!

Arnhemsmeiske verwondert ... - De Krokus

Zo stil en kalm als het was in het bos, zoveel leven bleek er te zijn in de buurt van Huis Zypendaal. Het grasveld was bezaaid met paarse krokusjes. En ik weet dat het een soort non-onderwerp is geworden in de natuurfotografie, maar dat neemt niet weg dat het heerlijk fotograferen is. En vooral in combinatie met de ontwakende hommeltjes, was het echt een feestje!

 

Ik had nog niet veel insecten gezien, maar hier zwermden ze in grote hoeveelheden rond. Op zoek naar de eerste – oh zo belangrijke en waardevolle – nectar! Ik nestelde me tussen de krokusjes in het gras, voorzichtig manoeuvrerend zodat ik onderweg niet per ongeluk een hommeltje zou pletten en begon met fotograferen.

 

Ik belandde in een soort van fotografeer-roes en ontwaakte pas weer toen een hond speels huppelend en overstromend van enthousiasme dwars door de krokusjes op me af kwam gerend. Gelukkig had ik toen al een paar leuke plaatjes geschoten, want eenmaal uit die roes, kom ik er niet snel weer in.

De krokusjes waar ik mij zo heerlijk tussen had genesteld zijn boerenkrokussen, de crocus tommasinianus.

Dit blijkt één van de 90 verschillende soorten krokussen te zijn en daarmee onderdeel van een grote familie!

Voor veel mensen kondigt de krokus het begin van de lente aan, niet voor niets noemen we de voorjaarsvakantie ook wel krokusvakantie. Maar er zijn ook krokusjes die juist in de herfst bloeien!

 

De krokus is een stinsenplant en halverwege de 16e eeuw door een Vlaming naar ‘de Lage Landen’ gebracht. Ze komen van oorsprong voornamelijk voor in de Europese bergen rond de Middellandse Zee.

Het plantje werd onder andere doorgestuurd naar de Botanische tuin van Leiden, waar al snel allerlei variaties werden ontwikkeld.

 

De naam ‘krokus’ betekent saffraan en vooral in Iran wordt de speciale saffraan krokus (crocus sativa) op grote schaal verbouwd. De vrouwelijke delen van de krokus worden geplukt en hiervan wordt het kostbare keukenkruid saffraan gemaakt. En dan nog een laatste wetenswaardigheid. De krokus kan zich goed verspreiden, maar dit lukt haar niet alleen. Dit slimme plantje heeft hierbij de hulp ingeroepen van de mier.

 

Zogenaamde zaadslepende mieren (ik heb het niet bedacht… 😉) verslepen de zaadjes van de krokus en zorgen zo voor een goede verspreiding. Maar de hardwerkende mieren doen niet zomaar iets voor niets en daar heeft de krokus wat op gevonden. Als beloning ontvangen ze hiervoor een mierenbroodje! Het bestaat echt! Een mierenbroodje is een aanhangsel aan het zaadje en bevat voedingsstoffen (vooral vet en suiker) die de mier maar al te graag tot zich neemt. Een win-win situatie dus!

Foto-tip

 

Krokusjes bevinden zich dichtbij de grond en op die hoogte kun je ze dus ook het beste fotograferen. Dat betekent: door de knieën of plat op de buik. Als je dan ook tegen het licht - dat door de bomen schijnt - in fotografeert, krijg je met een beetje mazzel een prachtige bokeh (zachte, vage, mooie achtergrond).

 

Heb geduld en probeer veel uit. Neem geen genoegen met de eerste paar foto’s die je  maakt. Je zult zien dat als jezelf de tijd geeft om je echt even te verdiepen in compositie en achtergrond, je foto’s steeds beter worden. En ook hier geldt: groot diafragma (laag diafragmagetal)!

 

Speel en verwonder je en trek je vooral niets aan van alle krokusfoto’s die je al overal voorbij ziet komen. Doe vooral waar jij blij van wordt en vindt al doende je eigen stijl!

Arnhemsmeiske verwondert ... - Huis Zypendaal
 

4. De vogelhut en het boomklevertje

 

Het is een prachtige zaterdagmiddag in februari. De lente heeft haar intrede gedaan en de zon schijnt warm op onze wangen. Ze wekt de natuur en overal zijn de vogels te horen en te zien.

Samen met een fotomaatje (@daffiesphotos) struin ik door het bos op zoek naar mooie plaatjes en rust en ontspanning. Het is een heerlijke dag en we besluiten om op de terugweg een voor ons nieuwe ervaring te gaan opdoen.

 

We parkeren de auto in de berm en lopen het pad op dat we van te voren hebben opgezocht op de kaart. Het leidt ons naar een soort hutje, overwoekerd door groen en opgenomen door het woud.

Ik laat Daphne voorop lopen (held die ik ben…) en we gaan het hutje in. Het is er donker en ik zie overal spinnenwebben langs de muur en in de hoeken. Brrr… Binnen is het klein en krap en vijf paar ogen kijken ons aan met een mengeling van nieuwsgierigheid en argwaan.

 

Even bekruipt me het gevoel dat deze vogelspotters niet al te happig zijn op nieuwkomers in hun ondergrondse paleisje. Maar het valt gelukkig mee; twee mannen maken stilzwijgend ruimte voor ons op een hoog bankje.

Vanuit het hutje kijken we uit op een mooi vijvertje omringd door takken en mos. Uit de bomen klinkt gekwetter en het is er heerlijk rustig. Ik weet dat Daphne nu enorm zit te genieten, ze is een echt vogelaar in de dop!

In een poging mezelf een houding te geven, imiteer ik mijn hutbewoners. Ik hou mijn ogen gericht op de vijver voor me en hoop dat er snel een vogeltje opduikt.

Boomklevertje (2) - Arnhemsmeiske verwondert ...
 
Boomklevertje (4) - Arnhemsmeiske verwondert ...

Net als ik mijn ogen even ...

 

De vrouwen in de linkerhoek van het hutje beginnen wat te kletsen en ik probeer Daphnes blik te vangen. Helaas, er zit een grote meneer tussen ons in. En dan – net als ik mijn ogen even van de vijver africht – hoor ik om me heen het eerste fanatieke klikken van de spiegeltjes in de spiegelreflexcamera’s.

 

Nog net zie ik een mooi blauw-oranje vogeltje wegvliegen; een boomklevertje. Nu ben ik geen vogelaar en ken ik weinig vogeltjes bij naam, maar deze ken ik!

 

Ik vind ze geweldig mooi en hou van hun eigenwijze gekwetter. Nu bij de les blijven, Janneke! De tijd verstrijkt en ik probeer fluisterend een gesprek op gang te brengen met de man naast me (we zitten nu eenmaal allemaal in hetzelfde schuitje en misschien heeft hij nog leuke tips voor ons).

 

Hij raakt wat van zijn a propos door het onverwachte van mijn vragen en na “ben je een journalist ofzo?”, richt ik mijn aandacht maar weer op de vijver voor me.

 

Dit vogelhutje is voor rust en stilte en niet voor een gezellig gesprek én ik wil natuurlijk niet weer een mooi moment missen, dus als na een minuut of tien een paar vogeltjes uitgebreid voor ons komen poseren, ben ik voorbereid en heb ik mijn camera in de aanslag!

Boomklevertjes kun je eigenlijk niet missen

 

Ze zijn prachtig gekleurd en laten luidkeels van zich horen. Maar naast dat ze graag op de voorgrond treden, hebben ze ook écht wel wat bijzondere kwaliteiten in huis.

 

Het zijn ware acrobaten. Geen enkele (inheemse) vogel kan wat zij kunnen. Met het grootste gemak wandelen ze langs de boomstam omhoog en omlaag. Pootje voor pootje. Spechten en boomkruipertjes doen ook zeker een goede poging, maar bij hen is het meer boomstam-hoppen. Ze komen bij elk hopje met beide pootjes los van de stam. Let er maar eens op als je in het bos loopt. Vooral nu de bomen nog kaal zijn, kun je dit goed zien!

Naast atletisch zijn boomklevertjes ook echte bouwvakkers. Of eigenlijk… bouwvakstérs. Als een boomkleverpaartje een nestje heeft gevonden – vaak een oud spechtenhol – metselen met name de vrouwtjes de ingang bijna helemaal dicht met speeksel en modder.

Ze laten een klein gaatje vrij, zodat ze er zelf nog nét door naar binnen kunnen. Het klinkt wat ongastvrij, maar zo houden ze ongewenste gasten als boommarters en roofvogels buiten de deur. Meer kans op nageslacht dus!

 

Er is nog zoveel meer te vertellen over dit opvallende vogeltje, maar ik wil dit blog niet té lang maken! Misschien moet je ze zelf gewoon eens gaan observeren. In het bos (vooral de oudere loofbossen vallen bij hen in de smaak), maar ook in parken of in je eigen tuin. Ze zijn dol op insecten, noten en zaadjes. En mocht je echt de tijd willen nemen, duik dan eens een vogelhut in!

Boomklevertje (5) - Arnhemsmeiske verwondert ...

Foto-tip

 

Vogeltjes zijn snel en beweeglijk. Zorg daarom – zeker bij vogeltjes die écht niet stil zitten – voor een zo kort mogelijke sluitertijd. Zo kun je het vogeltje als het ware ‘bevriezen’. Zit het vogeltje stil?

Dan heb je voldoende aan 1/60 tot 1/250. Wil je hem graag in de vlucht vangen? Zorg dan voor een sluitertijd van minstens 1/500, liever nog korter. Omdat het in een vogelhut vaak wat donker is, zul je waarschijnlijk moeten spelen met je diafragma en ISO. Probeer gewoon uit wat voor jou en jouw lens/camera het beste werkt!

 

Ook al zit je in een vogelhut relatief dicht bij de vogels, toch heb je flink wat mm’s nodig op je tele(zoom)lens. Ik kwam behoorlijk tekort met mijn 40-150 mm (omgerekend naar full frame is dat 80-300 mm) en de foto’s bij dit blog heb ik dan ook flink moeten croppen. Zonde! Als ik dus nog eens een vogelhut bezoek, huur of leen ik een flinke telelens. Ik ben enorm benieuwd met wat voor plaatjes ik dan thuis kom!

 
Boomklevertje (1) - Arnhemsmeiske verwondert ...
Boomklevertje (6) - Arnhemsmeiske verwondert ...

3. Winteraconiet


Ik hou van bloemen. Ik hou van hun kleur en van zoete geuren. Ik hou van het zoemen van insecten op zoek naar nectar. En als het gaat om de seizoenen, dan hou ik denk ik het meest van het staartje van de winter, de overgangsfase tussen de winter en de lente. De dagen die lengen en de natuur die langzaam tot bloei komt. 


Aan de foto van vandaag zit een leuk verhaaltje vast. Elke donderdagavond eet ik bij mijn moeder, een fijne traditie en één die we zelden overslaan. Omdat ik laatst ziek was, kwam mijn moeder bij mij en om me wat extra te verwennen kreeg ik een mandje met gele bloemetjes. Superlief! Nu leer ik de laatste tijd wel veel bij over de natuur, maar echte groene vingers heb ik niet en dus had ik geen idee welke bloemetjes het waren... "Het is de winteraconiet", zei mijn moeder, "één van de eerste bloeiers". Wat een gezellig plantje! Aan elke stengel zat een leuk klein geel bloemetje. "Ze doen het prima bij wat koeler weer, dan houden ze het het langst vol". Omdat de vorst weer even geweken is, staan ze nu dus gezellig op mijn balkonnetje! 


Een paar dagen later liep ik met mijn camera in de heemtuin van Arnhem en tot mijn grote verrassing stonden daar in de sneeuw prachtige gele bloemetjes! Hun knopje zat nog dicht, maar het was onmiskenbaar de winteraconiet! Toen ik iets verder keek bleken ze overal te staan. En waar de sneeuwklokjes echt een beetje zon nodig hebben om zichzelf te laten zien, is de winteraconiet minder veeleisend. Ze tovert het saaie winterse toneel ook bij weinig zon al om tot een kleurrijk spektakel! 

Winteraconiet - Arnhemsmeiske verwondert ...

Vastenavondzotje


Eigenlijk is het best bijzonder dat iedereen de krokus en het sneeuwklokje kent, maar dat de winteraconiet nog zo onbekend is bij veel mensen (waaronder ik). Ze is een echte stinsenplant - een plant die niet inheems is, maar zich hier toch prima zonder hulp weet te handhaven - en al sinds de 16e eeuw in Nederland! Ze heeft zelfs in Vlaanderen het lieve koosnaampje 'vastenavondzotje' gekregen, omdat ze vaak rond carnaval bloeit. 


Bijen zijn dol op de winteraconiet en gaan er graag op af. Ze drinken de nectar en ondertussen blijven de pollen van de meeldraden aan hun met haartjes bedekte lijfje plakken. Bij de volgende bloem worden die weer afgegeven, waardoor bestuiving optreedt. De rijpe zaadjes vallen in mei op de grond en vormen na drie jaar knolletjes, waaruit weer nieuwe plantjes groeien. 

Winteraconiet - Arnhemsmeiske verwondert ...
Winteraconiet - Arnhemsmeiske verwondert ...
Winteraconiet - Arnhemsmeiske verwondert ...
Winteraconiet - Arnhemsmeiske verwondert ...
 

Foto-tip


En dan nu mijn favoriete onderdeel van dit blog: de foto-tip! Een algemene tip in de natuurfotografie is: fotografeer op ooghoogte. Dat geldt zéker bij dieren, maar werkt ook uitstekend bij plantjes. Ga dus gerust door de knieën en hou je camera op de hoogte van het bloemetje. Hou een beetje afstand, zoals in mijn sneeuwfoto of kruip er juist dichter op zoals bij bovenstaande macro-foto's.

 

Ik hou ontzettend van spelen met de scherptediepte en zet mijn diafragma altijd wijd open (f2,8). Zo krijg je de meeste zachtheid in de foto en is slechts een klein stukje scherp. Laat al de 'hoe het hoort'-regels los en probeer de schoonheid van dit bloemetje eens op een hele andere manier te vangen!


Ik ben heel benieuwd naar jullie resultaten! 😃 En ben je op zoek naar meer leuke natuurfoto-tips? Kom dan gerust een kijkje nemen op mijn website (http://arnhemsmeiske.nl/). Hieronder vind je mijn vorige natuurblogs!

Besje van de sneeuwbes - Arnhemsmeiske verwondert ...

2. Besjes van de sneeuwbes

Er zijn van die struiken die je te pas en te onpas tegenkomt en die je eigenlijk zelden een tweede blik waardig keurt. Misschien omdat ze niet erg opvallen of omdat je ze zoveel ziet. En dat is zonde. Want de besjes van de sneeuwbes zijn bijzonder fotogeniek en er valt best wat leuks over te vertellen!

 

Ten eerste vind ik haar naam al prachtig! Is ze niet op en top winters? En ze heeft zelfs een bijnaam. Misschien ken je deze besjes ook wel als klap- of knapbesjes.

 

Er zijn veel verschillende soorten sneeuwbessen. Ze vallen allemaal onder de familie Kamperfoelie en daar mag deze familie best wel trots op zijn. De sneeuwbes behoort namelijk tot de gemakkelijkste en sterkste heesters die Nederland kent. Ze kan goed tegen de kou, wind, droogte, luchtvervuiling en heeft weinig last van ongedierte. Ze heeft ondergrondse uitlopers , waardoor de sneeuwbes waardevol is bij erosiepreventie. Daarnaast is ze ook nog eens erg geliefd bij vlinders en bijen. Al met al een uitstekende cv zou je zeggen!

Enige aandachtspuntje is dat ze zichzelf wel érg graag laat zien. De sneeuwbes is – anders dan haar winterse naam wellicht doet vermoeden – een exoot; een niet-inheems struik. Ze komt oorspronkelijk uit Noord-Amerika en is ooit naar Europa gehaald en aangeplant in parken, plantsoenen en landgoederen. Hier bleek ze zich prima thuis te voelen en begon ze zich goed te wortelen. Doordat ze zo weinig eisen stelt aan de ondergrond en het klimaat, verdringt ze inheemse struiken en kruiden. Er wordt tegenwoordig dus met beleid gekozen waar een sneeuwbes wordt aangeplant.

 

Sneeuwbesbesjes (wat klinkt dat leuk!) zijn wit of roze. De roze besjes geven het ietwat saaie winterse kleurenpalet een fijne boost. En de witte sneeuwbesjes doen hun naam eer aan en zorgen voor echte winterse plaatjes.

 

De besjes hangen er echter niet alleen voor het mooie plaatje! Ze bevatten de giftige stof saponine, die de struik beschermt tegen bederf en vraat door insecten. Voor mensen zijn deze besjes trouwens ook giftig, vooral oppassen met kleine kinderen dus. Het zijn zeker geen snoepjes! Diverse vogels eten ze wél, maar vaak pas tegen het einde van de winter. Hierdoor blijven de besjes vaak lang aan de struik hangen. Meer kans dus om ze eens met de camera te gaan vastleggen!

 

Fototip

 

De besjes zitten vaak in trosjes bij elkaar (de Latijnse naam symphoricarpos betekent ook ‘dicht bijeenstaande vruchten’). Heb je een macro- of telelens? Zoom dan eens in op zo’n trosje en verplaats terwijl je door de zoeker kijkt je scherpstelpunt. Je krijgt zo een mooi doorkijkje en de wazige besjes op de voor- en achtergrond geven een mooie zachte omkadering.

Hieronder vind je mijn vorige blog.

 1. Katjes van Hazelaar

 

Elk jaar opnieuw verwonder ik me weer over de katjes van de hazelaar. Als één van de eerste bloeiers van het nieuwe jaar, trekken de mannelijke bloemen van de hazelaar zich niets aan van de kou of het weinige licht.

 

Zodra de dagen gaan lengen beginnen ze zich langzaam te laten zien. En dan ineens zijn ze overal! Zichtbaar, maar ook duidelijk merkbaar voor de hooikoortsgevoeligen onder ons. Ik ben daar één van. Ik snotter wat af en toch… zoek ik ze steeds weer op met mijn camera. Omdat ze ongelooflijk fotogeniek zijn.

 

De hazelaar is een zogenaamde ‘naaktbloeier’. Ik had er nog nooit van gehoord, maar eigenlijk is het heel logisch.

De katjes sieren de boom al terwijl er nog geen blaadje aan groeit. De hazelaar zou er zonder al die mooie gele katjes maar naakt bij staan. En ze is gelukkig niet de enige naaktbloeier.

 

Zo bloeien bijvoorbeeld ook struiken met de poëtische namen ‘wintersneeuwbal’ en ‘winterzoet’ al vroeg in de winter.

 

Een stuk bescheidener dan de mannetjes!

 

De hazelaar produceert geel en véél stuifmeel, dit geeft ze die mooie gele kleur.

Voor de voortplanting is de hazelaar grotendeels afhankelijk van de wind. Zij verspreidt al deze pollen en zorgt ervoor dat het – als de vrouwelijke vruchten zich ook laten zien – op de stempels van de vrouwelijke bloemen terecht komt.

 

De vrouwelijke bloemen zijn overigens een stuk bescheidener dan de mannetjes. Ze  laten zich vaak pas in februari zien en zitten dan met drie tot vier stuks bij elkaar, dicht bij de stam, onopvallend en met kleine rode k(r)oontjes te wachten tot de mannelijke bloemen klaar zijn voor de bestuiving.

Nog één leuk weetje: Eekhoorntjes, spechten, boomklevertjes en andere liefhebbers van hazelnootjes, verzamelen deze in de herfst, zodat ze een wintervoorraadje hebben.

Maar niet alle hazelnootjes worden opgegraven in de winter en dit zorgt ervoor dat de hazelaar zich kan verspreiden en verder weg van de ‘moeder’struik weer kan ontkiemen en uitlopen.

Katjes van de hazelaar - Arnhemsmeiske

 

Fototip

 

Zet je diafragma zo ver mogelijk open (laag diafragma-getal) en fotografeer een katje door de struik heen. Het zachte licht dat tussen de katjes en de takjes doorschijnt, zorgt voor een mooie bokeh in de achtergrond.

 

Zie je dit niet meteen? Verander dan van standpunt of focuspunt, maar blijf door je zoeker (of op je schermpje) kijken! Je ziet de achtergrond dan mee veranderen. Zo kun je precies die compositie en bokeh kiezen, waar jij blij van wordt!

 

Natuurblog!  Arnhemsmeiske

verwondert ... en zoomt met camera en pen in

op natuur & fotografie!  

Mijn naam is Janneke van der Pol en ik fotografeer nu enkele jaren met veel plezier. Wat ooit begon als een hobby, is uitgegroeid tot een ware passie. Fotograferen in de natuur maakt me blij en rustig. Het brengt me in een fijne flow.

 

Door te fotograferen ben ik anders gaan kijken naar de wereld om me heen. Ik rol vaak van de ene verwondering in de andere. Wat is de natuur toch prachtig! Van begin af aan heeft de macrofotografie me enorm geboeid en dat gevoel is alleen maar sterker geworden. De ‘kleine wereld’ is zo mooi!

 

Toen ik begin 2017 een échte camera kocht (een Olympus systeemcamera), ben ik begonnen met een 365 dagen foto-uitdaging. Op Instagram plaatste ik onder de naam ‘Arnhemsmeiske’ 365 dagen lang, élke dag een foto.

 

Ik had nooit kunnen bedenken wat deze uitdaging me allemaal heeft gebracht. Zo heb ik veel leuke en inspirerende mensen ontmoet, durfde ik mee te doen aan fotowedstrijden, ben ik in de media terecht gekomen en heb ik vooral héél veel geleerd. In dat jaar is er een ongekende passie in me losgekomen, die nog elke dag groeit. Natuurfotografie is niet meer weg te denken uit mijn leven!

 

Door mijn werk als vrijwillige gids in de mangrove van Burgers’ Zoo en  door de vele uurtjes die ik in de natuur heb doorgebracht, is mijn drang om meer te leren over de wonderen van de natuur onstuitbaar.

 

Mijn grote droom is om mijn voorliefde voor de natuur én de natuurfotografie met zoveel mogelijk mensen te delen. Dit jaar ga ik beginnen met het geven van (basis-)workshops natuurfotografie en zal ik met mijn twee wekelijkse zondagse blogs op Boeksz & Fotografie mijn kennis en verwondering met jullie delen!

 

Wil je meer van me zien/weten? Kijk dan gerust een keer op mijn instagram-account (instagram.com/arnhemsmeiske) of bezoek mijn website http://arnhemsmeiske.nl/

Janneke van der Pol

Arhemsmeiske ... verwondert
Arhemsmeiske ... verwondert
Arhemsmeiske ... verwondert
Arhemsmeiske ... verwondert
 

© 2018 Peter Haitsma

peter@photographyandbooks.com

Boeksz & Fotografie, de plek voor fotografie- en natuurliefhebbers

  • Facebook Social Icon
  • Instagram Social Icon
  • Pinterest Boeksz
De muizenstaartzwam heeft haar naam niet voor niets gekregen! - Janneke van der Pol